Deprecated: Function create_function() is deprecated in /data/www/ericverkaar.nl/www/wp-content/themes/calcium/inc/laborator_filters.php on line 51 Deprecated: Function create_function() is deprecated in /data/www/ericverkaar.nl/www/wp-content/themes/calcium/inc/laborator_filters.php on line 52 Medezeggenschap | Eric Verkaar

Toezichthouders: bewaak het cliëntperspectief!

Dinsdag 3 juli 2018 vond in Arnhem een bijeenkomst plaats van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg (NVTZ) over het cliëntperspectief in relatie tot de rol als toezichthouder. Aan mij de eer deze middag te mogen samenvatten.

Op deze middag zijn een 30 tal toezichthouders ‘meegenomen’ in de wereld van het cliëntenperspectief, door enkele sprekers. Het cliëntperspectief is een veelomvattend begrip en definities zijn verschillend, maar in elk geval onderscheid ik altijd een aantal kernelementen:

  • Subjectiviteit: ervaringen zijn erg persoonlijk en ook verschillend, maar ze kennen vaak wel een ‘rode draad’. Het gaat altijd om het persoonlijke, subjectieve perspectief van mensen;
  • Het leven staat centraal, niet de zorg: zorg is slechts een klein deel van het leven van mensen. Zorg stelt mensen in staat een optimaal leven te leiden en moet daartoe dan ook ondersteunend zijn. Zorg is nooit een doel op zich;
  • Communicatie en dialoog zijn het allerbelangrijkste voor cliënten, patiënten, bewoners;
  • Gelijkwaardigheid is in de interactie tussen patiënten professionals, een instelling enerzijds en cliënten, bewoners anderzijds, altijd een absolute voorwaarde: een zorgverlener is nooit de ‘meerdere’ en mag zich ook nooit zo gedragen.

Door middel van persoonlijke verhalen werd  duidelijk dat het cliëntperspectief anders is dan het perspectief van toezichthouders of dan het perspectief van bestuurders of uitvoerende zorgverleners. Ik vind het van groot belang dat toezichthouders zich hiervan erg bewust zijn.

Maar: wat moeten toezichthouders nu met al die persoonlijke ervaringen? Moeten toezichthouders zelf steeds weer op zoek naar belevingen van de zorg waarop toezicht gehouden wordt? Ik vind het inderdaad van  belang dat toezichthouders voeding houden met belevingen van mensen die zorg genieten in- of door instellingen. Elke toezichthouder kan zelf simpele manieren bedenken om af en toe met mensen in gesprek te gaan en te luisteren naar hun ervaringen. Maar ga als toezichthouder niet ten onder aan de overdaad aan ervaringen en denk na als toezichthouder na over wat u er in uw rol mee kunt.

Nog belangrijker vindt ik het namelijk dat toezichthouders er op toe zien dat de hele organisatie steeds opnieuw zorgt voor een dialoog tussen medewerkers, management en bestuur en cliënten, patiënten, familie of bewoners. De mensen die de daadwerkelijke zorg verlenen moeten zich – nog meer dan toezichthouders– bewust zijn van het (andere) perspectief van cliënten. Wanneer deze dialoog in ‘hun’ organisaties regelmatig en met diepgang wordt gevoerd, is er echt ruimte voor het cliëntperspectief en kan (daardoor) het leven en de zorg in een organisatie zich optimaal ontwikkelen. Dit is een permanent, steeds terugkerend proces omdat het leven, zorg en ervaringen, permanent veranderen.

Het ‘vertalen’ van ervaringen naar een beter leven en betere zorg gaat echter niet vanzelf. Dat kost moeite. Een ervaringsdeskundige is meer dan een mens met ervaringen: het is iemand met ervaringen die geleerd heeft deze ervaringen samen met medewerkers en een organisatie om te zetten in suggesties (voor professionals, de organisatie, het beleid) die leiden toe een grotere kwaliteit van leven en een betere zorg. Ook organisaties als Ikone en Zorgbelang, maar ook heel veel patiëntenorganisaties, kunnen daarbij ondersteunend zijn. Wij hebben allemaal ervaring met verschillende creatieve (participatie) methodieken die de dialoog tussen ervaringen en professionals en instellingen kunnen versterken: samen werken aan een beter kwaliteit van leven en betere zorg.

Tenslotte wil ik meegeven dat het cliëntenperspectief niet alleen draait om ervaringen. Het gaat ook om zaken als bescherming van de kwetsbare (rechts)positie van cliënten, patiënten, bewoners, familie e.d. Daarvoor hebben we in Nederland een aantal ondersteuningsvormen bedacht, zoals klachtenfunctionarissen (en procedures), vertrouwenspersonen, onafhankelijke cliëntondersteuners, medezeggenschapsorganen etc. Toezichthouders dienen van al deze ‘beschermingsmaatregelen’ op de hoogte te zijn en er op toe te zien dat deze zaken goed in ‘hun’ organisatie worden ingevuld. Toezichthouders moeten in elk geval een oordeel hebben, over wat zij ‘goed’ vinden op dit terrein. Dit in samenhang met de op deze middag uitgebreid besproken ervaringen van mensen die zorg nodig hebben.

Ik denk dat deze middag genoeg stof tot overdenking m.b.t. het cliëntenperspectief heeft opgeleverd. Ik hoop dat de aanwezige toezichthouders op grond van deze kennis en beleving een goede discussie met hun gehele raad van toezicht kunnen voeren over de invulling van het cliëntperspectief in hun organisaties. Uiteraard ben ik (is Zorgbelang) graag bereid hierbij verder te ondersteunen.


Zorgbelang ondersteunt patiënten, cliënten, bewoners, inwoners in de dialoog met instellingen, overheden etc. met het verbeteren van de kwaliteit van leven en zorg. Wij hebben ervaring met vele creatieve participatiemethodieken om deze dialoog te ondersteunen.
Daarnaast ondersteunt Zorgbelang individuele cliënten met vertrouwenswerk, onafhankelijke cliëntondersteuning, klachtenfunctionarissen e.d.

Zie voor meer informatie:
www.zorgbelanggelderland.nl
www.adviespuntzorgbelang.nl

Nieuw wetsvoorstel medezeggenschap zorginstellingen (Wmcz)

Met dank aan Karin Kalthoff en Ineke de Jonge

Er is een nieuw wetsvoorstel in de maak om de medezeggenschap (door cliëntenraden) in zorginstellingen te verbeteren. Dit voorstel bevat een flink aantal verbeteringen ten opzichte van de oude wet. Maar ook dit voorstel kan op nog net iets beter. Zorgbelang levert een bijdrage aan de internetconsultatie van het Ministerie van VWS! Ook u kunt dat (tot en met 13 november) doen!

De belangrijkste verbeteringen en wat nog beter kan:

  • Cliëntenraden krijgen het recht op goede (financiële) ondersteuning. Cliëntenraden mogen deze zelf kiezen en zelf een redelijk budget eisen.
    • Er is niets geregeld over een verplicht vacatiegeld! Dat moet er komen.
    • Er is niet in de wet vastgelegd wat een minimum is aan middelen of kwaliteit van de ondersteuning. Hierover dienen periodiek afspraken tussen cliëntenorganisaties en brancheorganisaties van zorgaanbieders te worden gemaakt.
  • Het verzwaard adviesrecht wordt een echt instemmingsrecht.
  • Vanaf 10 zorgverleners is een cliëntenraad verplicht.
    • Het is alleen niet helemaal duidelijk voor wie dat nu precies geldt? Ook bijvoorbeeld voor huisartsenposten waar huisartsen niet in (loon) dienst zijn? Of voor het medisch specialistisch bedrijf of Zelfstandige Behandelcentra? Al deze zorgaanbieders dienen er onder te vallen en dat moet duidelijker in de wet staan.
  • Cliënten in langdurige zorg krijgen verplicht inspraak in zaken die hun dagelijks leven aangaan.
    • Dit moet natuurlijk ook gelden voor mensen die kortdurend in welke zorg dan ook zijn!
    • Bovendien moet deze inspraakverplichting ook gelden voor de zorg en het effect daarvan op het leven van cliënten.
    • De inspraakverplichting moet ook gelden voor materiële afspraken, zoals eigen bijdragen voor extra zorg, voorzieningen etc.
    • Ook dient in de wet te worden vastgelegd dat hiervoor een redelijk budget beschikbaar komt.
  • Er is maatwerk mogelijk: bestuurder en cliëntenraad leggen hun onderlinge afspraken vast in een medezeggenschapsregeling
    • Onduidelijk is in het wetsvoorstel, wat het minimum aan medezeggenschap is. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat in een medezeggenschapsregeling wordt afgesproken dat er bijvoorbeeld wordt afgezien van ondersteuning….
    • Het kan niet zo zijn dat afgesproken wordt dat sommige advies- of instemmingsrechten niet gebruikt worden…
    • Ook is onduidelijk voor hoe lang zo’n medezeggenschapsregeling geldt. Wij vinden dat deze elk jaar (kort) geëvalueerd moet worden en steeds opnieuw door beide partijen bekrachtigd.
  • De nieuwe wet verplicht tot grotere tijdigheid van informatie en betrokkenheid (advies en instemming)
  • Er komt toezicht op medezeggenschap door de Inspectie (IGZ). Dit maakt medezeggenschap volgens de wet beter ‘afdwingbaar’. 
  • Vacatures voor zetels van de cliëntenraad worden openbaar geworven, volgens het ‘good governance’ principe
  • De zorgaanbieder moet het contact tussen de cliëntenraad en de ‘achterban’ bevorderen.
  • De wet regelt de bevoegdheid voor de cliëntenraad om in te stemmen met de profielschets van een klachtenfunctionaris.
    • Het is nodig deze bevoegdheid uit te breiden met in te stemmen met de benoeming van een klachtenfunctionaris.
  • De voordracht door de cliëntenraad van een lid van de Raad van Toezicht blijft behouden. Daarnaast wordt adviesrecht geregeld voor de profielschets voor de benoeming van de leden van het toezichthoudend orgaan en de leden van het bestuur. 
    • Adviesrecht moet  ook gelden voorafgaande aan een benoeming. De minister wil de cultuur van de zorg wijzigen; de cultuur in een organisatie wordt ook bepaald door diegenen die een toezichthoudende en bestuurlijke rol   Een enkele zetel in de Raad van Toezicht op voordracht van de cliëntenraad is dan niet meer voldoende. Het model dat een vertegenwoordiging van de cliëntenraad betrokken is bij selectieprocedures van zowel bestuurders als toezichthouders,  is wenselijker.
  • Tenslotte is het van belang in de wet te regelen dat de cliëntenraad zelf betrokken wordt bij de keuze van kwaliteitstoetsing, de methodiek én het instrumentarium. Het formuleren dat er instemming van de cliëntenraad is op het  ‘algemene beleid ter zake van  kwaliteit’ (art 8 lid1.d) geeft op dit punt onvoldoende houvast.
  • Het wetsvoorstel is nog niet van toepassing op de Wmo en de Jeugdwet. Dat is vreemd:
    • Het wetsvoorstel dient van toepassing te zijn op alle zorgvormen / financieringswetten. Het kan niet zo zijn dat de cliëntenraad van een thuiszorgorganisatie alleen maar iets te zeggen heeft over de verzekerde en langdurige zorg. Deze cliëntenraad moet ook zeggenschap hebben over de door de gemeente ingekochte Wmo- en jeugdzorg!

Als cliëntenraad of bestuurder kunt u nu al met elkaar in gesprek om u voor te bereiden op de nieuwe wet Wmcz. U hoeft niet op de nieuwe wet te wachten: u kunt nu al met elkaar in gesprek om uw medezeggenschap te verbeteren.

Hebt u behoefte aan een gesprek hierover, neem dan contact op met mijn collega Karin Kalthoff.

Cliënten betrekken bij beleid, hoe doe je dat eigenlijk?

Door Antoinette Meys en Stef Harweg

Als we kijken naar de grote transformaties in de zorg kunnen we zeggen dat de betrokkenheid van de cliënt daarbij steeds meer aandacht krijgt. Als we hierbij inzoomen op de Langdurige zorg blijkt uit een BMC rapport (Rapport dialoogmodel zorginkoop Wlz )dat er grote bereidheid bij zorgkantoren en zorgaanbieders is om cliënten een duidelijkere rol te geven in de dialoog over de zorginkoop. Doel hierbij is te komen tot een betere prijs kwaliteit verhouding en meer eigenaarschap onder cliënten bij inkoop van zorg.

Dat klinkt goed, maar wat heeft de cliënt zelf nodig om op een gelijkwaardige wijze gesprekspartner te kunnen zijn in deze dialoog tussen zorgkantoren, zorgaanbieders en cliënten?

De inzet van de methodiek ‘Denken, Delen, Doen!’ met diverse betrokkenen uit de Langdurige zorg tijdens een Zorgbelang symposium op 11 maart 2016, leidde tot enkele duidelijke antwoorden op deze vraag. Dit is wat cliënten nodig hebben:

  • Inzicht in inkoopproces en kwaliteitscyclus.
  • Input van de achterban.
  • Zicht op financiële stromen.

‘Denken, Delen , Doen’ is één van de 23 participatiemethodieken die Zorgbelang Gelderland/Utrecht inzet. Alle participatiemethodieken kenmerken zich door de inzet en participatie van cliënten.

Met ‘Denken, Delen, Doen!’ kun je een diverse groep op een gelijkwaardige manier, gestructureerd laten brainstormen. Er is sprake van een actieve deelname. Het levert in korte tijd bruikbare input én draagvlak op. Aan de hand van een gezamenlijk geformuleerde focusvraag (kernvraag) wordt op een interactieve manier naar gezamenlijke antwoorden gezocht. Die antwoorden zijn vervolgens de leidraad om te komen tot concrete afspraken.

Naast zorginkoop zijn er nog vele thema’s te bedenken waarbij de mening en ervaring van de cliënt gebruikt kan worden bij ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid op deze thema’s.

Zo voert Zorgbelang een tweejarig programma uit bij St. De Lichtenvoorde waarbij zeven beleidsthema’s belicht worden via de inzet van evenzovele participatiemethodieken.

  • Via de Zorgplantoetsing is bekeken of de cliënt eigenaar is van zijn eigen zorgplan. Middels inzien van zorgplannen en het interviewen van cliënten en verwanten is een eindrapport met aanbevelingen opgemaakt.
  • Via ’Hoor mij nou’ zijn individuele interviews gehouden met cliënten over hun woonwensen in de toekomst. Deze zijn gebundeld in een boekje en de uitkomsten zijn met verwanten en medewerkers van De Lichtenvoorde in een grotere bijeenkomst besproken.
  • Het spel ’Doe je mee’ is gespeeld om het beleid van De Lichtenvoorde betreffende seksualiteit bespreekbaar te maken. Onderdeel hiervan is dat vanuit de cliënt ervaringen en suggesties gedaan worden ter verbetering van de uitvoering van dit beleid.

Zie ook: http://www.zorgbelanggelderland.nl/ons-werk/clientenparticipatie-methodieken/

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Stef Harweg (026-384 28 21 / stefharweg@zorgbelanggelderland.nl) of Antoinette Meys (026- 384 28 52 antoinettemeys@zorgbelanggelderland.nl).

 

2016 als keerpunt? Meer invloed van mensen op hun zorg?

2015 als chaotisch transitiejaar?

2015 was het jaar waarin de decentralisaties formeel van start zijn gegaan: de Jeugdwet, de Participatiewet en de nieuwe Wmo zijn van start gegaan. De decentralisaties hebben tot doel mensen lokaal meer invloed te geven op de inrichting van de zorg voor anderen en elkaar. Dat gaat via de gemeente(raad) en moet leiden tot een grotere zelfredzaamheid van mensen en een grotere vrijwillige inzet voor elkaar. Maar de decentralisatie zijn daarnaast in belangrijke mate ook een bezuiniging die in hevigheid gaat toenemen de komende jaren.

De voorbereiding van 2015 kwam pas halverwege 2014 echt goed op gang. Veel gemeenten weten op dit moment (december 2015) nog steeds niet hoeveel mensen er door wie tegen welke kosten worden geholpen. Iedereen spreekt van een eerste transitiejaar dat nog veel knelpunten kent. Landelijk ook: u weet wel van die PGB betaling die nog steeds niet goed werkt en veel duurder is geworden. Ook weten we nog niet echt wat de gevolgen voor mensen zijn. De verschillen tussen gemeenten nemen toe, de eigen bijdragen nemen toe, een aantal mensen krijgt daarom geen (passende of gewenste) zorg meer. Zorg in het sociale domein is ook geen recht meer, maar een gemeente kan ‘compenseren’. De zin ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’ heb ik het afgelopen jaar in vele varianten uit de mond van heel wat wethouders en ambtenaren gehoord.

Ook als het gaat om verzekerde zorg, maken we als samenleving steeds grotere veranderingen mee. Het is al lang niet meer vanzelfsprekend dat de zorg die ik nodig heb, (overal) vergoedt wordt: ik moet dat steeds nagaan in mijn polisvoorwaarden. Kan ik naar de fysiotherapeut? Wat kost dat, krijg ik dat (gedeeltelijk) vergoed? In welk ziekenhuis wordt de voor mij noodzakelijke operatie vergoedt? Heb ik de juiste polis afgesloten….? Ik ben nog niemand tegengekomen die hier niet over moppert. Ik vraag mij af, of dit de manier is om de kosten voor de zorg onder controle te krijgen? Voor mij is het nauwelijks meer te begrijpen.

De mens centraal?

En dan sta ik als patiënt of cliënt of burger (mens?) nog wel centraal…!? Hoezo dan? wat kan ik er aan doen? Heb ik inspraakmogelijkheden gehad bij de zorg-verordeningen die in mijn gemeente zijn vastgesteld? Ben ik betrokken geweest bij de inrichting van de nieuwe zorg voor mijn kinderen? Is er een sociale raad waar ik invloed kan uitoefenen? Hoe ben ik betrokken bij de cliëntenraad van mijn instelling? En wie bepaalt de agenda van deze participatieorganen? Wie ondersteunt hen?
Kan ik eigenlijk wel kiezen uit zorgverzekeringen? Ik kan bijvoorbeeld na een goede analyse nauwelijks de verschillen ontdekken… Het echte verschil is de vraag of ik veel of weinig eigen risico wil nemen. Dus gezonde mensen met veel geld zijn goedkoper uit want die kunnen financieel grotere risico’s lopen.

Meer invloed in 2016?

Ik denk dat de veranderingen in de zorg, ook in 2015 te veel buiten mensen om zijn gegaan. Mijn beleving is dat we in 2016 op een keerpunt komen als het gaat om draagvlak voor alle veranderingen in de zorg. Het is mijn wens voor 2016 dat wij als ‘gewone’ mensen weer greep krijgen op onze zorg:

  • Inzicht in het effect van zorg: wat bereiken we, bij welke cliënten / patiënten? Wat gaat er goed en waar gaat het fout? Wat betekent dit voor mensen. Wat moet er echt beter? En hoe dan?
  • Inzicht in de kosten van de zorg: wat kost wat en wat kunnen we er samen aan doen om de zorg betaalbaar te houden?
  • Eigenaarschap van zorg door mensen zelf: hoe zorgen we dat mensen meer eigenaar gaan worden van de zorg die zij voor zichzelf of voor anderen nodig hebben? En betrokken worden bij de inhoudelijke en financiële keuzes die gemaakt moeten worden om als samenleving de zorg goed en betaalbaar te houden.

Mijn persoonlijke agenda voor 2016

Ik zal dan ook het komende jaar mijzelf inzetten om te zorgen dat mensen meer invloed op hun eigen zorg kunnen uitoefenen. Mijn persoonlijke agenda voor 2016:

  • Werken aan de implementatie van de Wkkgz, waardoor klachtenprocedures en geschillen in 2016 en 2017 opnieuw worden ingericht;
  • Verdere inrichting van de onafhankelijke cliëntondersteuning in de langdurige zorg, het sociaal domein en het vertrouwenswerk in de jeugdzorg
  • Werken aan de participatie van verzekerden in het kader van de nieuwe zorgwet en de recente Motie Bouwmeester Dik-Faber;
  • Werken aan participatie in gemeenten rondom het sociaal domein: eindelijk gaan doen wat we in wetgeving over participatie hebben afgesproken!

Ik wens iedereen een heel mooi en zorgzaam 2016!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Participatie burgers bij kwaliteitskader Wmo hard nodig

Momenteel buigen veel gemeenten zich over de vraag hoe zij hun wettelijke taak als toezichthouder op de kwaliteit van de Wmo zorg- en dienstverlening moeten gaan vormgeven. In veel gemeenten maakt de GGD een voorstel. Landelijk is daarbij een sort modulair format afgesproken: elke GGD vult dit landelijke format voor de eigen regio naar eigen inzicht in. Elke gemeente kan daarbinnen dan weer kiezen voor een minimal kwaliteitskader of voor extra modules voor uitgebreidere kwaliteit van zorg.

Elementen voor een kwaliteitskader

Basis voor het Wmo kwaliteitskader is de (reactieve) meldingsplicht: zorgverleners moeten ernstige incidenten melden. De toezichthouder (de GGD in veel gevallen) kan dan onderzoeken of het gemelde incident veroorzaakt wordt door structureel slechte kwaliteit, een incidentele miskleun of puur toeval is.

Een tweede (in mijn ogen ook nog minimaal verplicht) actief onderdeel is het gebruik van verplichte onderzoeken, zoals de wettelijk verplichte cliëntervaringsonderzoeken. Deze zouden in mijn ogen ingericht moeten worden samen met Wmo/participatie- en cliëntenraden. Hierdoor komt het perspectief van de burger ten minste in beeld. Daarbij gaat het niet alleen om vragenlijsten, maar ook om meer diepgaande onderzoeken, zoals cliëntenpanels, of mystery guest onderzoek. Zorgbelang kan u helpen met een heuse gereedschapskist op dit gebied.

Ik ben van mening dat gemeenten daarnaast ook actief een aantal standaard extra onderzoeken zouden moeten doen. Ten minste naar de reeds aanwezige gegevens: denk aan jaarlijks onderzoek naar gemelde klachten over instellingen en hulpverleners, of onderzoek naar de jaarverslagen van instellingen, waaruit een beeld van het functioneren van een instelling kan worden gedestileerd. Dat eerste (zelf)beeld van een instelling kan eventueel aanleiding zijn voor nader onderzoek. In mijn ogen dient een instelling zelf in haar jaarverslag aan te geven op welke manier zij zorg draagt voor kwaliteit en wat daarover het eigen oordeel is.

Vervolgens is het van belang dat gemeenten actief jaarlijks wisselende, specifieke diepteonderzoeken naar zelf gekozen speerpunten gaan doen. Denk aan een onderzoek naar de zorg voor specifieke doelgroepen die in het gedrang zouden kunnen komen (het ene jaar ouderen, dan mensen met een verstandelijke beperking, het jaar er op de zorg voor dak- en thuislozen, etc.). Ook kunnen specifieke thema’s aan  de orde komen, zoals fysieke veiligheid, of digitale toegankelijkheid van informatie…. etc. In mijn ogen heeft elke zichzelf respecterende gemeente op zijn jaarlijkse kwaliteitsagenda straks ten minste één, (maar liever nog meer) specifiek zelfgekozen speerpunt van onderzoek staan.

Tot slot hoort ook het proces van opvang en afwikkeling van klachten- en bezwaar- en beroepsprocedures onderdeel uit te maken van het kwaliteitskader. Dit is een van de zelfcorrigerende mechanismen in de zorg. Het is nog onduidelijk of de Minister dinsdag aanstaande (6 oktober 2015) de Wmo onder de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (Wkkgz) gaat brengen. Of dat nu wel of niet gebeurt: gemeenten dienen er – vanuit hun verantwoordelijkheid voor de kwaliteit –  zelf voor te zorgen dat dit proces goed is geregeld. Dat geeft cliënten zelf de mogelijkheid corrigerend op te treden als zaken niet goed lopen in de Wmo zorg.

Wie stelt het Wmo kwaliteitskader vast?

De komende maanden gaan gemeenten elk hun eigen Wmo kwaliteitskader vaststellen. Ik ben van mening dat dit kwaliteitskader door gemeenteraden vastgesteld dient te worden. Zij zijn uiteindelijk veranrtwoordelijk als de Wmo zorg in een gemeente straks niet goed (genoeg) blijkt te zijn. Kwaliteit van Wmo zorg hangt ook nauw samen met het budget dat gemeentenraden ter beschikking stellen. Ik heb de indruk dat geen enkele gemeenteraad in Nederland op dit moment betrokken is (of wordt) bij de vaststelling van het eigen Wmo kwaliteitskader. Ik maak de inschatting dat colleges dit zelf kwaliteitskader vast gaan stellen, of dit mandateren aan het (dagelijks- of algemeen) bestuur van de GGD. Gemeenteraden: neem hier uw verantwoordelijkheid in.

Voordat gemeenteraden zich buigen over het gemeentelijk Wmo kwaliteitskader is het vanzelfsprekend dat Wmo raden, cliëntenraden en andere bij de Wmo betrokken burgers, zoals patiënten- of cliëntenorganisaties zich hierover buigen en gemeenten gaan adviseren. Pas dan kan sprake zijn van een algemeen gedragen kwaliteitskader. En geloof mij: dat wordt van heel erg groot belang als zich straks (onverhoopt) toch een calamiteit in een gemeente voordoet, bij door de gemeente ingekocht en op kwaliteit bewaakte zorg. Geachte Wmo raden: ook u dient hier uw eigen verantwoordelijkheid in te nemen en geef desnoods ongevraagd advies!

 

 

Financiering patiënten en cliëntenorganisaties?

Vorige week had ik een gesprek met PGO support. PGO support is een landelijke organisatie die Patiënten- en Gehandicaptenorganisaties ondersteunt. PGO support wil een discussie starten over de financiering van (in eerste instantie) landelijke patiënten- en cliëntenorganisaties. Ik ben gevraagd over enkele weken aan die discussie deel te nemen. Ik wil naar aanleiding van die vraag enkele gedachten op een rijtje zetten.

De problematiek achter de vraag van de financiering van patiënten- en cliëntenorganisaties is de constatering dat de cliëntenbeweging versnipperd is en eigenlijk weinig (tegen) kracht heeft, om een serieuze gesprekspartner te zijn voor de grote lobby van zorgaanbieders, zorgverzekeraars en de overheid. Dat speelt zowel landelijk als regionaal en lokaal.

Ik ga hier niet in op allerlei mogelijke financieringsmodellen. Dat komt later wel een keer. Wel wil ik hier en nu ingaan op de vraag achter de financieringsvormen: wat willen we met elkaar in Nederland als het gaat over de kracht van patiënten en cliënten in het ‘systeem’ van de zorg? Kortom: waartoe zouden patiënten- en cliëntenorganisaties op aarde moeten zijn?

In 1987 publiceerde de commissie Dekker een rapport over ‘marktwerking’ in de gezondheidszorg. In 2006 leidde dit uiteindelijk tot de nieuwe zorgverzekeringswet. Vanaf 2015 kennen we een nieuwe participatiewet, een nieuwe Wmo, een nieuwe Jeugdwet en een nieuwe wet langdurige Zorg. Al die wetten hebben gemeen dat kosten van de zorg (in de hele breedte) beperkt moeten worden, den de kwaliteit verbeterd. Het middel daartoe is in al die wetten een soort van ‘zorgmarkt’ waar de patiënt / cliënt kan kiezen en dat daardoor de zorgaanbieders hun kwaliteit verbeteren en hun prijzen laag houden. Omdat zorg erg duur kan zijn en verzekeren of overheidsbetaling via belastingen de enige optie is, hebben zorgverzekeraars en gemeenten de rol van inkoper van zorg’ van de patiënt / cliënt voor een deel overgenomen.

Kenmerkend voor al deze structuurwetten is (dus) dat de cliënt wel centraler wordt gesteld, maar dat tegelijkertijd wordt geconstateerd dat de individuele cliënt of patiënt lang niet altijd voldoende ‘inkoopmacht’ heeft om het systeem van een goed functionerende ‘markt’ te laten werken. Gemakshalve worden overheden en zorgverzekeraars benoemd tot ‘bewindvoerders’ van patiënten / cliënten. Dit is volgens mij ook geen goede oplossing.

Al meer dan 30 jaar pleiten patiënten- en cliëntenorganisaties er voor dat zij samen met individuele patiënten/cliënten als volwaardige partij in alle ‘zorgsectoren’ kunnen opkomen voor hun eigen belangen. Dat vraagt om een duidelijke, structurele plaats als partij in de zorg in alle sectoren en dus om een structurele financiering. Er is niets tegen incidentele resultaatgebonden projectfinanciering. Dat werkt zeer effectief voor concrete verbeteringen in de zorg, vanuit cliëntenperspectief. Maar het op eigen initiatief een plaats verwerven in de vele bestuurlijke gremia in Nederland waar beslissingen over de zorg genomen worden, werkt dat niet. landelijk niet en lokaal en regionaal niet. Het lijkt mij zaak dat er een landelijk beleid komt om deze structurele plaats van cliënten- en patiënten en hun organisaties in het ‘systeem’ van de verschillende zorgsectoren te borgen. Dat landelijke beleid geeft landelijke patiënten- en cliëntenorganisaties een plaats, maar ook lokale en regionale organisaties. Want tenslotte worden lokaal en regionaal (terecht) steeds meer beslissingen over de invulling van de zorg genomen.

Onderdeel van de discussie over de structurele plaats van cliënten en patiënten in het systeem van de zorg, is ook de samenwerking tussen de verschillende patiënten/cliëntenorganisaties. Zowel horizontaal (tussen verschillende groepen patiënten/cliënten) als verticaal (landelijk, regionaal, lokaal). Dit is een opdracht aan de ‘verpolderde’ beweging van patiënten- en cliëntenorganisaties zelf.

Waar en met wie mag ik de discussie over dit onderwerp aangaan?

Inzet enquêterecht voor medezeggenschap Sint Maartenskliniek

In overleg met de Patiënten Advies Raad (PAR) Nijmegen van de St. Maartenskliniek verzoekt Zorgbelang Gelderland de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam onderzoek te doen naar de medezeggenschap in de St. Maartenskliniek in Nijmegen. Deze zaak werd gisteren op 2 april 2015 door de Ondernemingskamer behandeld. Over uiterlijk 6 weken doet de Ondernemingskamer uitspraak.

Zie ook: http://www.zorgbelanggelderland.nl/persberichten/zorgbelang-gelderland-vraagt-onderzoek-medezeggenschap-st-maartenskliniek/

Gisteren vond de zitting van de Ondernemingskamer plaats. Op deze plaats wil ik kort mijn beleving daarvan weergeven. Tot nu toe hebben Zorgbelang Gelderland en de PAR / Cliëntenraad geen ruchtbaarheid aan deze zaak gegeven. Maar omdat de Raad van Bestuur van de Sint Maartenskliniek al eerder de publiciteit heeft gezocht – en daarbij met name de Cliëntenraad in de beklaagdenbank heeft geplaatst –  wil ik hier in toch enige toelichting geven vanuit het perspectief van Zorgbelang Gelderland. Zorgbelang Gelderland en de Cliëntenraad voeren deze zaak in het belang van een goede patiëntenparticipatie in de Sint Maartenskliniek. En dat lijkt maar niet te lukken. Dat is jammer want in mijn ogen zijn zowel de Cliëntenraad als de Raad van Bestuur allebei enorm betrokken bij het realiseren van goede zorg in de Sint Maartenskliniek. Het ligt dus niet aan de goede wil van beide partijen.

Tijdens de zitting is door alle partijen (Zorgbelang, de PAR en de Raad van Bestuur) de kern van de zaak teruggebracht tot 2 nauw samenhangende vraagstukken:

  • Hoe moet in de breedste zin van het woord in de praktijk invulling gegeven worden door de Raad van Bestuur aan het informatie- en adviesrecht van de Cliëntenraad? Dit is geen éénimensionele vraag, maar gaat feitelijk over het vormgeven van de gehele medezeggenschapspraktijk in een ziekenhuis op bestuurlijk niveau.
  • Er is geen vertrouwen meer in elkaar tussen de Cliëntenraad en de Raad van Bestuur. Hoe kan daar verandering in komen? wat zijn dan de oplossingen die mogelijk zijn?

De Cliëntenraad legt de oorzaak van het probleem geheel bij de Raad van Bestuur en andersom. De Raad van Bestuur ging tijdens de zitting zo ver om enerzijds de rechter te vragen de Cliëntenraad tot ‘gehoorzaamheid’ aan de Raad van Bestuur te dwingen en anderzijds de ruimte te krijgen de Cliëntenraad ‘op te heffen’ en zelf als Raad van Bestuur een nieuwe Cliëntenraad te mogen inrichten. Daarvoor zoekt de Raad van Bestuur wel samenwerking met Zorgbelang. Deze situatie in de Sint Maartenskliniek is hiermee inmiddels geen enkelvoudig probleem meer dat aan een geschillencommissie of een mediator kan worden voorgelegd. Alleen en onderzoek van de Ondernemingskamer kan in mijn ogen een oplossing bieden.

Zorgbelang Gelderland verwijt de Raad van Bestuur de medezeggenschap niet serieus te nemen. Zorgbelang Gelderland verwijt de Cliëntenraad daarnaast dat deze niet tot bemiddeling wenst over te gaan, ongeacht het gedrag van de Raad van Bestuur.

De belangrijkste vraag die de Ondernemingskamer volgens mij nu moet beantwoorden is: hoe belangrijk is medezeggenschap in een ziekenhuis nu eigenlijk? En: hoe serieus moet een Raad van Bestuur zijn Cliëntenraad nemen? Is er hier inderdaad sprake van een Raad van Bestuur die er eigenlijk niet (op tijd) aan denkt om informatie te geven – en advies te vragen over voor patiënten belangrijke zaken? Zoals bijvoorbeeld de samenwerking met andere ziekenhuizen of het verplaatsten van voor patiënten belangrijke voorzieningen naar andere locaties of instellingen? Of is er sprake van een Cliëntenraad die op de stoel van de Bestuurders wil gaan zitten? En moet een Raad van Toezicht niet actiever zorg dragen voor een goede verhouding tussen Cliëntenraad en Raad van Bestuur, als ze daar samen niet toe in staat blijken?

In mijn ogen nemen de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht de Cliëntenraad en medezeggenschap onvoldoende serieus. Het heeft in mijn ogen weinig pas om de cliëntenraad die over de invulling van medezeggenschap een andere mening is toegedaan, ‘zwart’ te maken. De Cliëntenraad ervaart een serieus probleem en heeft recht op een eigen visie op dit punt. Het zou de Cliëntenraad daarentegen gesierd hebben hierover inhoudelijk het gesprek aan te gaan, via een onafhankelijke bemiddeling. Vandaar ons verzoek om een onderzoek en de tijdelijke toevoeging van een lid van de Raad van Bestuur, Raad van Toezicht en Cliëntenraad, aan de Ondernemingskamer. Na de uitspraak van de Ondernemingskamer, kan bekeken worden op welke wijze alle partijen met elkaar de medezeggenschap opnieuw vorm gaan geven.

Zorgbelang Gelderland staat voor een goede cliëntenparticipatie, ook in de Sint Maartenskliniek. Dat is nu niet het geval. Pas nadat de rechter een uitspraak heeft gedaan, kunnen vervolgstappen worden gezet. De vervolgstappen zijn afhankelijk van de uitspraak: honoreert de Ondernemingskamer ons verzoek om onderzoek en een toevoeging van tijdelijke extra leden aan alle geledingen of niet? Pas nadat dat duidelijk is, kunnen alle partijen met elkaar zoeken naar een oplossing. In onze ogen dient die zoektocht naar een oplossing te gebeuren op basis van de uitkomsten van het gevraagd onderzoek en onder leiding van de 3 tijdelijk toegevoegde ‘spelers’.

De rechter heeft Zorgbelang gevraagd of zij zich bewust is van de kosten van dit conflict. Natuurlijk zijn de kosten van dit conflict en het verzoek aan de Ondernemingskamer een groot probleem. Maar omdat er door de verstoorde verhoudingen nu geen oplossing meer mogelijk is, is een onderzoek door de Ondernemingskamer in onze ogen de enig overgebleven optie. Niet alleen voor de Sint Maartenskliniek, maar ook voor alle andere Nederlandse zorginstellingen. Dit onderzoek van de Ondernemingskamer kan duidelijkheid geven over de vraag hoe je als Raad van Bestuur en Cliëntenraad samen in de praktijk goed vorm kunt geven aan bestuurlijke medezeggenschap. ‘Wat is wel gebruikelijk en wat niet’? Uiteindelijk levert dat voor alle Nederlandse zorginstellingen een betere medezeggenschap op en daarmee (op termijn) een betere kwaliteit van zorg vanuit patiëntenperspectief ! Helaas gaan in dit geval de kosten voor de baat uit.