Deprecated: Function create_function() is deprecated in /data/www/ericverkaar.nl/www/wp-content/themes/calcium/inc/laborator_filters.php on line 51 Deprecated: Function create_function() is deprecated in /data/www/ericverkaar.nl/www/wp-content/themes/calcium/inc/laborator_filters.php on line 52 Blog | Eric Verkaar

Toezichthouders: bewaak het cliëntperspectief!

Dinsdag 3 juli 2018 vond in Arnhem een bijeenkomst plaats van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg (NVTZ) over het cliëntperspectief in relatie tot de rol als toezichthouder. Aan mij de eer deze middag te mogen samenvatten.

Op deze middag zijn een 30 tal toezichthouders ‘meegenomen’ in de wereld van het cliëntenperspectief, door enkele sprekers. Het cliëntperspectief is een veelomvattend begrip en definities zijn verschillend, maar in elk geval onderscheid ik altijd een aantal kernelementen:

  • Subjectiviteit: ervaringen zijn erg persoonlijk en ook verschillend, maar ze kennen vaak wel een ‘rode draad’. Het gaat altijd om het persoonlijke, subjectieve perspectief van mensen;
  • Het leven staat centraal, niet de zorg: zorg is slechts een klein deel van het leven van mensen. Zorg stelt mensen in staat een optimaal leven te leiden en moet daartoe dan ook ondersteunend zijn. Zorg is nooit een doel op zich;
  • Communicatie en dialoog zijn het allerbelangrijkste voor cliënten, patiënten, bewoners;
  • Gelijkwaardigheid is in de interactie tussen patiënten professionals, een instelling enerzijds en cliënten, bewoners anderzijds, altijd een absolute voorwaarde: een zorgverlener is nooit de ‘meerdere’ en mag zich ook nooit zo gedragen.

Door middel van persoonlijke verhalen werd  duidelijk dat het cliëntperspectief anders is dan het perspectief van toezichthouders of dan het perspectief van bestuurders of uitvoerende zorgverleners. Ik vind het van groot belang dat toezichthouders zich hiervan erg bewust zijn.

Maar: wat moeten toezichthouders nu met al die persoonlijke ervaringen? Moeten toezichthouders zelf steeds weer op zoek naar belevingen van de zorg waarop toezicht gehouden wordt? Ik vind het inderdaad van  belang dat toezichthouders voeding houden met belevingen van mensen die zorg genieten in- of door instellingen. Elke toezichthouder kan zelf simpele manieren bedenken om af en toe met mensen in gesprek te gaan en te luisteren naar hun ervaringen. Maar ga als toezichthouder niet ten onder aan de overdaad aan ervaringen en denk na als toezichthouder na over wat u er in uw rol mee kunt.

Nog belangrijker vindt ik het namelijk dat toezichthouders er op toe zien dat de hele organisatie steeds opnieuw zorgt voor een dialoog tussen medewerkers, management en bestuur en cliënten, patiënten, familie of bewoners. De mensen die de daadwerkelijke zorg verlenen moeten zich – nog meer dan toezichthouders– bewust zijn van het (andere) perspectief van cliënten. Wanneer deze dialoog in ‘hun’ organisaties regelmatig en met diepgang wordt gevoerd, is er echt ruimte voor het cliëntperspectief en kan (daardoor) het leven en de zorg in een organisatie zich optimaal ontwikkelen. Dit is een permanent, steeds terugkerend proces omdat het leven, zorg en ervaringen, permanent veranderen.

Het ‘vertalen’ van ervaringen naar een beter leven en betere zorg gaat echter niet vanzelf. Dat kost moeite. Een ervaringsdeskundige is meer dan een mens met ervaringen: het is iemand met ervaringen die geleerd heeft deze ervaringen samen met medewerkers en een organisatie om te zetten in suggesties (voor professionals, de organisatie, het beleid) die leiden toe een grotere kwaliteit van leven en een betere zorg. Ook organisaties als Ikone en Zorgbelang, maar ook heel veel patiëntenorganisaties, kunnen daarbij ondersteunend zijn. Wij hebben allemaal ervaring met verschillende creatieve (participatie) methodieken die de dialoog tussen ervaringen en professionals en instellingen kunnen versterken: samen werken aan een beter kwaliteit van leven en betere zorg.

Tenslotte wil ik meegeven dat het cliëntenperspectief niet alleen draait om ervaringen. Het gaat ook om zaken als bescherming van de kwetsbare (rechts)positie van cliënten, patiënten, bewoners, familie e.d. Daarvoor hebben we in Nederland een aantal ondersteuningsvormen bedacht, zoals klachtenfunctionarissen (en procedures), vertrouwenspersonen, onafhankelijke cliëntondersteuners, medezeggenschapsorganen etc. Toezichthouders dienen van al deze ‘beschermingsmaatregelen’ op de hoogte te zijn en er op toe te zien dat deze zaken goed in ‘hun’ organisatie worden ingevuld. Toezichthouders moeten in elk geval een oordeel hebben, over wat zij ‘goed’ vinden op dit terrein. Dit in samenhang met de op deze middag uitgebreid besproken ervaringen van mensen die zorg nodig hebben.

Ik denk dat deze middag genoeg stof tot overdenking m.b.t. het cliëntenperspectief heeft opgeleverd. Ik hoop dat de aanwezige toezichthouders op grond van deze kennis en beleving een goede discussie met hun gehele raad van toezicht kunnen voeren over de invulling van het cliëntperspectief in hun organisaties. Uiteraard ben ik (is Zorgbelang) graag bereid hierbij verder te ondersteunen.


Zorgbelang ondersteunt patiënten, cliënten, bewoners, inwoners in de dialoog met instellingen, overheden etc. met het verbeteren van de kwaliteit van leven en zorg. Wij hebben ervaring met vele creatieve participatiemethodieken om deze dialoog te ondersteunen.
Daarnaast ondersteunt Zorgbelang individuele cliënten met vertrouwenswerk, onafhankelijke cliëntondersteuning, klachtenfunctionarissen e.d.

Zie voor meer informatie:
www.zorgbelanggelderland.nl
www.adviespuntzorgbelang.nl

Cliëntondersteuning curatieve zorg komt in gemeenten niet van de grond

Nivel onderzoek wijst uit

Deze week verscheen een onderzoek van het Nivel, waarin de onderzoekers concluderen dat de cliëntondersteuning curatieve zorg in gemeenten niet van de grond komt. Cliëntondersteuning curatieve zorg biedt ondersteuning aan mensen die vragen hebben over-,  en knelpunten ervaren in hun zorg van de huisarts, het ziekenhuis, de apotheek en alle andere verzekerde zorg.

In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van 2015 is vastgelegd dat gemeenten alle vormen van cliëntondersteuning moeten bieden, ook voor de curatieve zorg. Dat gebeurt dus nauwelijks. Gemeenten kopen dan ook geen specifieke cliëntondersteuning curatieve zorg in. De cliëntondersteuning die door gemeenten wordt gecontracteerd, betreft alleen de Wmo-zorg. De cliëntondersteuning in de langdurige zorg wordt apart georganiseerd en gefinancierd via inkoop door de zorgkantoren, in opdracht van het Ministerie van VWS.

Positieve effecten cliëntondersteuning curatieve zorg

Uit internationaal onderzoek blijkt dat juist cliëntondersteuning in de curatieve zorg positieve uitkomsten heeft. Niet alleen draagt het bij aan betere gezondheidsuitkomsten en een hogere tevredenheid met zorg, ook lijkt het bij te dragen aan een efficiënter en daardoor meer kosteneffectief zorggebruik. Kwetsbare of moeilijk bereikbare groepen, zoals mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden of mensen met een migratieachtergrond, hebben het meeste profijt. Bovendien voelen kwetsbare cliënten zich meer betrokken bij de eigen zorg wanneer zij in contact komen met een cliëntondersteuner, waardoor hun kennis en therapietrouw verbetert.

Onopgelost knelpunt na de decentralisatie van de zorg

Tot 2015 bood Adviespunt Zorgbelang in alle provincies onafhankelijke cliëntondersteuning Gezondheidszorg (curatieve zorg). Deze dienstverlening werd gefinancierd door de provincies. In het kader van de decentralisatie van de zorg hebben gemeenten deze taak ‘overgenomen’, maar nog niet of nauwelijks invulling gegeven. Dat komt in onze ogen omdat gemeenten geen aandacht hebben voor de curatieve zorg en deze ondersteuning niet als hun taak zien. In een aantal provincies biedt Adviespunt Zorgbelang (www.adviespuntzorgbelang.nl) nog steeds deze cliëntondersteuning, steeds vaker echter zonder financiering. Op lange termijn is dat niet meer houdbaar.

Kamerbrede steun, Minister blijft achter

In een motie (Bruins Slot – Bouwmeester) heeft de Tweede Kamer in 2016 uitgesproken dat de onafhankelijke cliëntondersteuning curatieve zorg beter moet worden geregeld. Daaraan heeft het Ministerie van VWS nog geen gevolg gegeven.

Zorgbelang pleit er voor dat de onafhankelijke cliëntondersteuning curatieve zorg door de Minister nu snel goed wordt geregeld. Wij pleiten voor een inkoop via de Zorgkantoren, zoals dat ook gebeurt met onafhankelijke cliëntondersteuning langdurige zorg en in 2020 zal gebeuren met het onafhankelijke vertrouwenswerk zorg en dwang (de cliëntvertrouwenspersoon). Adviespunt Zorgbelang wil met haar jarenlange ervaring en door patiënten gewaardeerde inzet en expertise, deze voor patiënten belangrijke ondersteuning  vorm blijven geven.

 

Vertrouwenswerk Zorg en Dwang wordt onafhankelijk

Vanaf 2020 zal in het kader van de nieuwe wet Zorg en Dwang, het vertrouwenswerk op een nieuwe manier worden georganiseerd De CliëntVertrouwensPersoon (CVP) wordt onafhankelijk, los van instellingen die zorg onder dwang mogen uitvoeren. Het gaat met name om Psychogeriatrie en Verstandelijk Gehandicaptenzorg.  Voor zorg onder dwang in de GGZ gaat straks de wet verplichte GGZ gelden en in de GGZ is de PatiëntVertrouwensPersoon (PVP) actief.

Zorgbelang werkt samen met andere partijen aan het vorm geven van de nieuwe CVP. Samen met hen bespreken we o.a. de volgende aspecten

  • Voor wie is de CVP?
    • Zorgbelang gaat er van uit dat iedereen die in een instelling te maken kan krijgen met Zorg en Dwang, de CVP kan benaderen / door de CVP benaderd wordt.
    • In onze ogen is een CVP actief aanwezig: mensen kennen zo veel mogelijk de CVP al voordat er sprake is van zorg en dwang.
    • De onderwerpen waar mensen (cliënten / familie) over praten met de CVP (in ondersteund worden door de CVP) gaan over het gehele levensdomein van cliënten en niet alleen over het zorg en dwang aspect.
  • Keuzevrijheid voor cliënten en vertegenwoordigers
    • Zorgbelang hecht er aan dat mensen de keuze hebben uit een CVP. Echter net als in de jeugdzorg is het vanwege de kosten de vraag of je in een instelling meerdere CVP’s zichtbaar aanwezig kunt laten zijn. In onze ogen is het een optie om in elk geval 1 CvP in een instelling zichtbaar aanwezig te laten zijn, maar dat cliënten weten (via een folder, website, door de CVP zelf etc.), dat er in de regio meerdere CVP’s werkzaam zijn, waar men ook naar toe kan. Als je bijvoorbeeld geen ‘klik’ hebt met de ‘vaste’ CVP.
    • Als er rondom een cliënt zowel een vraag is vanuit de familie als vanuit de cliënt, dan moet zowel de cliënt als de familie voor een eigen CvP kunnen kiezen. Dat hoeft niet als beiden het goed vinden het samen met dezelfde CvP te doen.
    • Voor ons is het geen ‘must’ dat een cliënt uit meerdere organisaties kan kiezen. Voor de cliënten speelt dit meestal geen rol.
  • Continuïteit relatie cliënt en CVP
    • Het is van belang meerjarenafspraken te maken met CVP organisaties, zodat CVP’s langdurig beschikbaar zijn.
    • Als iemand verhuist naar een andere instelling, heeft de cliënt het recht de CVP in eerste instantie aan te houden. Vanwege de bereikbaarheid en de kwaliteit (kennis van een instelling / omgeving) is het wel slim met de cliënt te zoeken naar overdracht naar een meer nabije CvP als instellingen ver uit elkaar liggen.
    • Er moet sprake zijn van één landelijk cliënt-volg / registratie / signaleringssysteem. Dat maakt eventuele overdracht (als die door de cliënt gewenst wordt / door bijvoorbeeld vertrek van de CVP toch noodzakelijk is geworden) eenvoudiger.
  • Samenloop met de Onafhankelijke Cliëntondersteuner (OCO) Wlz, klachtenfunctionaris, e.a.
    • De OCO WLZ is gespecialiseerd in ondersteuning van alle WLZ cliënten als het gaat om rechten en plichten, toegang, kwaliteit van zorg (ondersteuning bij pakketkeuze, zorgplan,  klachten etc.) en financiering daarvan (ook eigen bijdragen etc.).
    • Op een deelgebied (met name kwaliteit, bijvoorbeeld klachten, zorgplan) is de CVP ook actief. De CVP moet in onze ogen de cliënt / familie wijzen op de mogelijkheden van de OCO WLZ. De CVP kan aangeven welk deel hij / zij als CvP ook kan doen. Een cliënt (of diens familie) moet zelf kiezen of ondersteuning door CvP gewenst is (blijft) of liever (al dan niet aanvullend) de dienstverlening door een OCO WLZ. Hetzelfde geldt in onze ogen voor klachtenfunctionaris.

In 2018 maken verschillende ‘veldpartijen’ afspraken over de verder invulling van de CVP in het kader van de wet Zorg en Dwang. 2019 wordt een overgangsjaar waarin voorbereidingen worden getroffen zodat in 2020 de CVP Zorg en Dwang in de nieuwe onafhankelijke rol (en in veel meer instellingen) zijn of haar werk kan gaan doen. Hiermee is dan de positie van cliënten die met zorg onder dwang te maken hebben, beter gewaarborgd.

 

 

MRT
2017
01

Verkiezingen 2017 en zorg: wat kiest u?

Over 2 weken vinden er landelijke verkiezingen plaats. Maar op wie moet je stemmen als je jezelf druk maakt om betere zorg?

Ik ga in dit bericht geen stemadvies geven, maar ik ga wel een paar belangrijke thema’s in de zorg benoemen, die een rol spelen tijdens de verkiezingen. Daarbij geef ik aan wat volgens veel patiënten en cliënten belangrijk is. Het is ondoenlijk en onleesbaar steeds bij elk standpunt alle partijen te vermelden. Hier en daar is dat echter wel handig. wil je zelf een goede stemkeuze maken m.b.t. de hieronder genoemde onderwerpen in de zorg, kijk dan op de hieronder genoemde sites en vergelijk daar de standpunten per partij.

Wil je een overzicht van alle zorg-standpunten van de meeste grotere partijen, kijk dan op Zorghulpatlas.nl of nu.nl of plusonline.nl voor een overzicht van de belangrijkste zorgthema’s in de verkiezingsprogramma’s:

Het hele zorgverzekeringssysteem veranderen?
De meest forse politieke keuze is een stelselwijziging. De SP, 50Plus en de Partij voor de Dieren maken de keuze voor één nationale zorgverzekering . Daarmee wordt de marktwerking tussen zorgverzekeraars ongedaan gemaakt.  Alle andere partijen laten het huidige systeem intact of willen het stelsel hooguit wat eenvoudiger maken.
Voor de meeste patiënten en cliënten is het huidige stelsel van heel veel zorgpolissen nauwelijks te begrijpen: mensen willen graag dat alle zorg die ze nodig hebben, verzekerd is voor een zo laag mogelijk bedrag. Het uitzoeken van de hele kleine verschillen is – ondanks of dankzij de vele vergelijkingssites – nauwelijks te doen. Een versimpeling van het systeem is dus voor patiënten en cliënten belangrijk.

Meer PGB?
Een aantal partijen kiest bewust voor meer ruimte voor het PGB: mensen kunnen hierdoor zelf meer invloed uitoefenen op de zorg. Vanwege de fraudegevoeligheid, is het PGB thema een poosje weg geweest. Maar het zou toch mogelijk moeten zijn een systeem te bedenken dat veel beter fraudebestendig is.
Voor veel patiënten en cliënten is uitbreiding van de PGB’s een belangrijk punt om betere en beter passende zorg zelf te kunnen organiseren.

Het verzekerde basispakket en het eigen risico
Sommige partijen willen het verzekerde basispakket uitbreiden, anderen willen het juist verkleinen. Door verkleining van het pakket wordt de zorg niet goedkoper, maar moeten mensen individueel zelf meer betalen (i.p.v. dat de verzekering dat namens alle verzekerden betaalt). Daarmee worden zorgsoorten minder toegankelijk voor mensen met weinig geld.

Veel partijen willen het eigen risico afschaffen, verlagen, inkomensafhankelijk maken of de de jaarlijkse groei begrenzen. Het doel van deze maatregelen is het verminderen van de financiële last van mensen die ziek zijn of zorg nodig hebben. Veel mensen betalen sowieso jaarlijks het gehele eigen risico. Daarmee is het eigen risico in veel gevallen gewoon een eigen bijdrage. Het is sterk de vraag of het eigen risico (op deze hoogte) het gebruik van zorg tegen houdt. Dat is hooguit het geval voor mensen met weinig geld. En in sommige gevallen kan een late diagnose voor hogere kosten zorgen als mensen alsnog zorg nodig blijken te hebben. Door een eigen risico wordt de zorg niet goedkoper: de kosten worden alleen meer door mensen individueel die ziek zijn of zorg nodig hebben zelf betaald. Dit is vooral pijnlijk voor mensen met weinig geld.

Het zal duidelijk zijn dat veel patiënten en cliënten (die echt ziek zijn en zorg nodig hebben en niet zo veel geld hebben) het eigen risico en een eventuele pakketverkleining als een ‘straf op ziek zijn’ ervaren. En de zorg wordt er niet goedkoper door.

Eigen bijdragen in de langdurige zorg?
Gaat u later uw spaargeld en uw eigen huis opeten als u zorg nodig hebt? Daar heeft dit kabinet voor gezorgd. Een aantal partijen wil dit terugdraaien.
Deze maatregel van dit kabinet wordt door veel mensen ervaren als een belasting voor mensen die hun leven lang zuinig zijn geweest en gespaard hebben.

Compenseren gevolgen zorg naar gemeenten (‘decentralisaties’)
Een aantal partijen signaleert dat in sommige gemeenten de zorg die zij sinds 2015 verzorgen (en die voorheen landelijk via de voormalige Awbz werd vergoed) wel erg karig is geworden. Er wordt sommige gemeenten zelfs geld op over gehouden. Deze partijen willen daarom extra investeren in deze zorg, zoals dagbesteding en begeleiding.
Veel ouderen, mensen met een beperking, mantelzorgers of leden van een Wmo raad herkennen deze problemen. Vreemd is dat in de meeste partijprogramma’s nauwelijks over de jeugdzorg wordt gesproken. Terwijl veel ouders en jongeren hier ook problemen ervaren: er is minder zorg, de zorg is lang niet altijd passend of naar eigen keuze en de toegang tot passende zorg is voor veel jongeren en ouders moeilijker geworden. Daarnaast wijzen veel cliënten op de grote bureaucratie die zijn ervaren in gemeenten, ook als het gaat om zorg!

Tot slot
Verspilling tegen gaan, E-Health, een Elektronisch patiëntendossier en preventie en goedkopere medicijnen door collectieve (Europese) inkoop, en ondersteuning van mantelzorgers, zijn ook terug te vinden in de verkiezingsprogramma’s als politieke speerpunten.
Deze politieke speerpunten zijn echter geen echte politieke keuzes, want niemand kan daartegen zijn. Ik zou bij het kiezen dan vooral uw keuze bepalen op basis van de bovenstaande belangrijke thema’s in de zorg.

Ik wens u veel wijsheid bij uw keuze op 15 maart!

Nieuw wetsvoorstel medezeggenschap zorginstellingen (Wmcz)

Met dank aan Karin Kalthoff en Ineke de Jonge

Er is een nieuw wetsvoorstel in de maak om de medezeggenschap (door cliëntenraden) in zorginstellingen te verbeteren. Dit voorstel bevat een flink aantal verbeteringen ten opzichte van de oude wet. Maar ook dit voorstel kan op nog net iets beter. Zorgbelang levert een bijdrage aan de internetconsultatie van het Ministerie van VWS! Ook u kunt dat (tot en met 13 november) doen!

De belangrijkste verbeteringen en wat nog beter kan:

  • Cliëntenraden krijgen het recht op goede (financiële) ondersteuning. Cliëntenraden mogen deze zelf kiezen en zelf een redelijk budget eisen.
    • Er is niets geregeld over een verplicht vacatiegeld! Dat moet er komen.
    • Er is niet in de wet vastgelegd wat een minimum is aan middelen of kwaliteit van de ondersteuning. Hierover dienen periodiek afspraken tussen cliëntenorganisaties en brancheorganisaties van zorgaanbieders te worden gemaakt.
  • Het verzwaard adviesrecht wordt een echt instemmingsrecht.
  • Vanaf 10 zorgverleners is een cliëntenraad verplicht.
    • Het is alleen niet helemaal duidelijk voor wie dat nu precies geldt? Ook bijvoorbeeld voor huisartsenposten waar huisartsen niet in (loon) dienst zijn? Of voor het medisch specialistisch bedrijf of Zelfstandige Behandelcentra? Al deze zorgaanbieders dienen er onder te vallen en dat moet duidelijker in de wet staan.
  • Cliënten in langdurige zorg krijgen verplicht inspraak in zaken die hun dagelijks leven aangaan.
    • Dit moet natuurlijk ook gelden voor mensen die kortdurend in welke zorg dan ook zijn!
    • Bovendien moet deze inspraakverplichting ook gelden voor de zorg en het effect daarvan op het leven van cliënten.
    • De inspraakverplichting moet ook gelden voor materiële afspraken, zoals eigen bijdragen voor extra zorg, voorzieningen etc.
    • Ook dient in de wet te worden vastgelegd dat hiervoor een redelijk budget beschikbaar komt.
  • Er is maatwerk mogelijk: bestuurder en cliëntenraad leggen hun onderlinge afspraken vast in een medezeggenschapsregeling
    • Onduidelijk is in het wetsvoorstel, wat het minimum aan medezeggenschap is. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat in een medezeggenschapsregeling wordt afgesproken dat er bijvoorbeeld wordt afgezien van ondersteuning….
    • Het kan niet zo zijn dat afgesproken wordt dat sommige advies- of instemmingsrechten niet gebruikt worden…
    • Ook is onduidelijk voor hoe lang zo’n medezeggenschapsregeling geldt. Wij vinden dat deze elk jaar (kort) geëvalueerd moet worden en steeds opnieuw door beide partijen bekrachtigd.
  • De nieuwe wet verplicht tot grotere tijdigheid van informatie en betrokkenheid (advies en instemming)
  • Er komt toezicht op medezeggenschap door de Inspectie (IGZ). Dit maakt medezeggenschap volgens de wet beter ‘afdwingbaar’. 
  • Vacatures voor zetels van de cliëntenraad worden openbaar geworven, volgens het ‘good governance’ principe
  • De zorgaanbieder moet het contact tussen de cliëntenraad en de ‘achterban’ bevorderen.
  • De wet regelt de bevoegdheid voor de cliëntenraad om in te stemmen met de profielschets van een klachtenfunctionaris.
    • Het is nodig deze bevoegdheid uit te breiden met in te stemmen met de benoeming van een klachtenfunctionaris.
  • De voordracht door de cliëntenraad van een lid van de Raad van Toezicht blijft behouden. Daarnaast wordt adviesrecht geregeld voor de profielschets voor de benoeming van de leden van het toezichthoudend orgaan en de leden van het bestuur. 
    • Adviesrecht moet  ook gelden voorafgaande aan een benoeming. De minister wil de cultuur van de zorg wijzigen; de cultuur in een organisatie wordt ook bepaald door diegenen die een toezichthoudende en bestuurlijke rol   Een enkele zetel in de Raad van Toezicht op voordracht van de cliëntenraad is dan niet meer voldoende. Het model dat een vertegenwoordiging van de cliëntenraad betrokken is bij selectieprocedures van zowel bestuurders als toezichthouders,  is wenselijker.
  • Tenslotte is het van belang in de wet te regelen dat de cliëntenraad zelf betrokken wordt bij de keuze van kwaliteitstoetsing, de methodiek én het instrumentarium. Het formuleren dat er instemming van de cliëntenraad is op het  ‘algemene beleid ter zake van  kwaliteit’ (art 8 lid1.d) geeft op dit punt onvoldoende houvast.
  • Het wetsvoorstel is nog niet van toepassing op de Wmo en de Jeugdwet. Dat is vreemd:
    • Het wetsvoorstel dient van toepassing te zijn op alle zorgvormen / financieringswetten. Het kan niet zo zijn dat de cliëntenraad van een thuiszorgorganisatie alleen maar iets te zeggen heeft over de verzekerde en langdurige zorg. Deze cliëntenraad moet ook zeggenschap hebben over de door de gemeente ingekochte Wmo- en jeugdzorg!

Als cliëntenraad of bestuurder kunt u nu al met elkaar in gesprek om u voor te bereiden op de nieuwe wet Wmcz. U hoeft niet op de nieuwe wet te wachten: u kunt nu al met elkaar in gesprek om uw medezeggenschap te verbeteren.

Hebt u behoefte aan een gesprek hierover, neem dan contact op met mijn collega Karin Kalthoff.

AUG
2016
14

Sturing regionale samenwerking door gemeenteraden?

Naast mijn functie als directeur van Zorgbelang Gelderland-Utrecht, ben ik ook lid van de Rekenkamercommissie van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch. Vanuit die rol heb ik samen met mijn collega’s, mij het afgelopen jaar bezig gehouden met de rol van gemeenteraden in regionale samenwerkingen tussen gemeenten.

Ik ben van mening dat gemeenteraden – over het algemeen genomen – meer aandacht aan gemeentelijke samenwerking zouden moeten besteden. Het belang van regionale samenwerking tussen gemeenten is inmiddels enorm groot, terwijl veel gemeenteraadsleden hiervoor vaak weinig aandacht hebben. Dit zijn de conclusies van het onderzoek dat de rekenkamercommissie van ‘s-Hertogenbosch, recent heeft afgesloten en aan de raad heeft aangeboden. Hier vindt u de samenvatting van dit onderzoek, of het volledige onderzoeksrapport.

Uit het Bossche onderzoek naar gemeentelijke regionale samenwerking komt naar voren dat gemeenteraadsleden zich niet optimaal geïnformeerd voelen, maar zelf ook lang niet altijd actief het college of de regionale samenwerkingsverbanden verzoeken om informatie. Eigenlijk geeft de gemeenteraad maar  beperkt vorm aan haar kaderstellende en controlerende rol. Een discussie met raadsleden bracht naar voren dat zij onderling verdeeld zijn over het nut en de noodzaak van hun eigen rol: wat zwart-wit gezegd vindt een aantal raadsleden het wel prima dat het college sturing geeft aan regionale samenwerking. Regionale samenwerking wordt veelal als beleidsuitvoering gezien.Dit terwijl heel veel beleid, bijvoorbeeld in het sociale domein,  eigenlijk alleen nog maar regionaal ontwikkeld wordt. Dit is onder andere het gevolg van de grote decentralisering van veel overheidsbeleid. De raden van de samenwerkende gemeenten hebben in mijn ogen te weinig actief invloed op de regionale beleidsontwikkeling en reageren vaak achteraf op voorstellen van het college of een regionaal samenwerkingsverband, zonder dat ze zelf vooraf duidelijke kaders meegeven aan deze regionale samenwerkingen.

Als rekenkamercommissie stellen wij de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch dan ook voor:

  • Vraag actief als raad om informatie over regionale samenwerking, voordat er sprake is van min of meer vaststaand beleid;
  • Stel prioriteiten t.a.v. regionale samenwerking: kies als raad welke samenwerking je zo belangrijk vindt, dat je de kaderstellende of controlerende rol van de raad optimaal invulling wilt geven;
  • Kies per regionale samenwerking hoe je als raad je rol invult. Grofweg zijn er 2 wegen (modellen):
    • of: de colleges van B&W sturen de samenwerking en de raden geven kaders mee aan de colleges en controleren de colleges;
    • of: de gemeenteraden gaan zelf de samenwerking aan met de andere betrokken raden en het (eventuele) samenwerkingsorgaan en bespreken beleidskaders direct met deze partijen, voordat ze hun colleges kaders meegeven.
  • Zorg voor een goede ondersteuning van deze eigen gekozen rol per regionale samenwerking, bijvoorbeeld door extra inzet van de griffie.

De raad van ‘s-Hertogenbosch  heeft inmiddels het besluit genomen een raadswerkgroep samen te stellen die zich gaat buigen over deze voorstellen en er een eigen uitwerking aan gaat geven.

Misschien is het (her) bezinnen op de eigen rol als raad in gemeentelijke samenwerking, ook een idee voor andere gemeenteraden? Juist omdat (mede door de decentralisaties) het belang van regionale samenwerking zo groot is geworden. Anders kan het zo zijn dat veel gemeenteraden steeds vaker tot de conclusie komen dat zij maar weinig invloed hebben op de beleidsontwikkeling van veel belangrijke politieke vraagstukken. Maar ook geen invloed meer hebben op de toetsing achteraf van zowel de bereikte resultaten als de besteedde middelen. Als lid van een rekenkamercommissie wil ik raadsleden uit andere gemeenten dan ook van harte aanbevelen goed naar de rol van de eigen raad te kijken t.a.v. regionale samenwerking. Ik hoop dat u daarbij nuttig gebruik kunt maken van het hierboven aangehaalde onderzoek van de rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch.

Keuzevrijheid in de langdurige zorg: kiezen of delen!

Afgelopen week heeft de rechter in Arnhem  uitspraak gedaan in een zaak van gezinshuizen en ouders van cliënten van De Karmel tegen deze zorgorganisatie. De gezinshuizen en ouders van cliënten zijn van mening dat zij te weinig middelen krijgen van De Karmel als hoofdaannemer, om goede zorg te kunnen verlenen. De gezinshuizen en ouders vroegen om ontbinding van de overeenkomst met de Karmel, zodat zij zelfstandig de zorg voor hun cliënten kunnen voortzetten. (Zie de complete uitspraak.).

De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst tussen de gezinshuizen en de Karmel niet direct hoeft te worden ontbonden. De rechter stelt daarmee de zakelijke overeenkomst tussen De Karmel en de gezinshuizen (het relatiebeding) boven de keuzevrijheid van ouders en cliënten. Dit recht is vastgelegd in de nieuwe Wet Langdurige Zorg (Wlz). De rechter gaat in mijn ogen hiermee voorbij aan het feit dat zorg niet alleen een economisch goed is, maar een persoonlijke relatie tussen cliënten en zorgverleners. Zowel cliënten als zorgverleners willen samen verder met de zorg, maar niet in een ‘dwangconstructie’ met de Karmel. De rechter is van oordeel dat de ouders en cliënten vrij zijn om ergens anders zorg te zoeken, maar dat mag niet buiten De Karmel om bij de huidige gezinshuizen. De gezinshuizen waar hun kinderen nu verblijven moeten nu noodgedwongen in het Karmel verband blijven totdat over een half jaar het relatiebeding afloopt en dan mogen deze gezinshuizen zich vanwege een concurrentiebeding zich niet opnieuw in dezelfde regio vestigen.

De rechter heeft het economisch belang van De Karmel gesteld boven het recht op keuzevrijheid van cliënten om zelf een relatie aan te gaan met zorgaanbieders van hun eigen keuze. Ik ben het met de rechter eens dat recht gedaan moet worden aan de economische belangen van de Karmel, echter alleen voor zo ver dat redelijk is. En dat is nog helemaal niet duidelijk: de rechtbank heeft in deze zaak helemaal geen onderzoek gedaan naar de vraag of de ouders, cliënten en gezinshuizen een terecht verwijt maken naar De Karmel dat ze te weinig geld krijgen voor de ‘echte’ zorg en dat er te veel geld naar ‘overhead’  gaat. Het kan dus zijn dat gezinshuizen, ouders en cliënten terecht uit de samenwerking met De Karmel willen stappen, omdat de Karmel zijn zorgplicht verwaarloost. Maar zeker is dat niet, want dat moet nog onderzocht worden.

De zaak is daarmee in mijn ogen dus nog niet klaar. Het zorgkantoor (dat de WLZ zorg voor de cliënten van de gezinshuizen financiert) moet nu onderzoeken of het verwijt van ouders, cliënten en gezinshuizen terecht is. In elk geval zal het zorgkantoor moeten zorgen dat de cliënten de zorg krijgen waar zij volgens de WLZ recht op hebben. Zij ervaren nu dat ze die juiste zorg niet krijgen en denken dat dit ligt aan de financiering van de gezinshuizen door De Karmel. Het zorgkantoor is de financier van De Karmel en moet nagaan of de Karmel zijn afspraken nakomt. Als dit onderzoek uitwijst dat dit niet het geval is (de ouders en cliënten en gezinshuizen hebben gelijk) dan dienen de overeenkomsten met De Karmel ontbonden te worden. In dat geval kan De Karmel zich niet meer beroepen op het relatiebeding met de gezinshuizen omdat zij zelf hun verplichtingen naar de gezinshuizen niet meer na kunnen komen.

Ook als dit onderzoek niet duidelijk kan maken dat De Karmel zijn verplichtingen naar de gezinshuizen toe niet war maakt, dan is nog de vraag of cliënten toch niet voor hun ‘eigen’ gezinsouders zouden moeten kunnen kiezen. In dat geval is het in mijn ogen wel redelijk dat De Karmel een schadevergoeding zou krijgen (als het verwijt niet terecht is), maar dan nog zouden ouders, cliënten en gezinshuizen niet aan een ‘wurgcontract’ gebonden moeten zijn. Iedereen moet vrij zijn de zorg te kiezen die hij wil, mits deze zorg van goede kwaliteit is. Keuzevrijheid van cliënten moet boven economische bedingen gaan!

Ik pleit er dus voor dat het zorgkantoor samen met de betreffende gemeenten er voor zorgen dat de ouders en cliënten hun recht op keuzevrijheid krijgen en zij goede zorg krijgen bij zorgaanbieders van hun eigen keuze. Deze zaak is wat mij betreft dan ook een test voor de nieuwe WLZ: wordt het recht op keuzevrijheid ook echt waargemaakt in de praktijk? Het is dus kiezen of delen. Ik plei uitdrukkelijk voor kiezen voor keuzevrijheid van cliënten!

Zorgbelang Gelderland heeft als onafhankelijke cliëntondersteuner / vertrouwenspersoon de ouders en cliënten ondersteund bij het verwoorden van hun vragen en klachten richting De Karmel.

Gemeentelijke ombudsfunctie voor het sociaal domein ?

De afgelopen week is in de Volkskrant een discussie gevoerd over een gemeentelijke ombudsfunctie voor het sociaal domein als oplossing voor veel (gemeentelijke) zorgklachten. Dat zou een ‘aparte’ oplossing zijn voor klachten in het sociale gemeentelijke domein. Ik ben geen voorstander voor een dergelijke ‘status aparte’ voor het gemeentelijk sociale domein. Ik pleit daarom hier voor een het van toepassing verklaren van de nieuwe Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) op de Wmo en de Jeugdwet, zoals in de Eerste Kamer motie van Hans Martin Don, wordt voorgesteld.

De Wkkgz verplicht zorgorganisaties (en dus niet de financiers van zorg, zoals gemeenten) om klachten door een onafhankelijk klachtenfunctionaris te laten opvangen, gericht op bemiddeling. Als deze onafhankelijke klachtbemiddeling door de klachtenfunctionaris niet leidt tot een voor de klager aanvaardbare oplossing, dan kan deze zich wenden tot een onafhankelijke geschillencommissie die een bindende uitspraak doet.

Waar zit nu het verschil met een ombudsfunctie voor het gemeentelijke sociaal domein?

  • De zorgaanbieder is (in eerste instantie) verantwoordelijk voor de oplossing  (door bemiddeling) van een klacht, niet de financier van zorg.
  • De geschillencommissie is onafhankelijk van partijen maar moet wel worden ingesteld door zorgaanbieders en patiënten/cliëntenorganisaties.
  • Een ombudsfunctie doet eigenlijk volgens de wet uitspraken over overheidshandelen (dus niet over handelen van bijvoorbeeld zorgaanbieders) en uitspraken van een ombudsfunctie hebben geen bindend karakter.

De Minister van VWS onderzoekt momenteel de uitvoerbaarheid van de motie van Hans Martin Don. Geen idee of dat lang duurt. Maar daarop hoeven partijen in het gemeentelijk sociale domein natuurlijk niet te wachten: zij zouden zelf al aan de slag kunnen gaan met en lokale of regionale geschillencommissie sociaal domein.Ik pleit voor een geschilleninstantie die zich met het hele brede sociale domein bezig houdt en niet alleen met een deel daarvan, zoals bijvoorbeeld alleen de thuiszorg.Dat is met name van belang als problemen of klachten gaan over ketenzorg waarbij meerdere zorgverleners uit meerdere sectoren betrokken zijn.

Ik denk dat een dergelijke geschillencommissie sociaal domein beste een regionaal karakter kan hebben: dicht bij de zorg en gemeenten, maar omdat er nu ook weer geen 20 geschillen per jaar zullen zijn, per (kleine) gemeente, is een zekere schaal vanwege de kwaliteit en ervaring van een dergelijke geschilleninstantie wel van belang.

En voor de duidelijkheid: het maakt me echt niet uit of we zo’n geschillencommissie nu ombudsfunctie gaan noemen. Zo lang deze (lokale of regionale) commissie of instantie op termijn maar onder hetzelfde Wkkgz regime gaat vallen als alle andere zorgsectoren, buiten het gemeentelijk domein. Daarbij is onafhankelijkheid en het bindend zijn van uitspraken van groot belang, net als het feit dat cliënten betrokken worden bij de organisatie van deze geschillen beslechtende instanties.

In de provincie Gelderland hebben Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten gevraagd of zij gemeenten kunnen faciliteren bij het inrichten van een dergelijk soort ‘ombudsfunctie’ of ‘geschillenfunctie’.  Als Zorgbelang Gelderland werken we momenteel aan het uitwerken van onze gedachten hierover vanuit het perspectief van Gelderse inwoners, ten behoeve van Gedeputeerde en Provinciale Staten. Als het goed is wordt in het kader van de voorjaarsnota 2017 (juni 2016) duidelijk  de provincie Gelderland gemeenten op dit vlak verder wil ondersteunen.

Tot slot: veel problemen in de zorg kunnen worden opgelost door een goed gesprek en goede ondersteuning van cliënten door bijvoorbeeld onafhankelijke cliëntondersteuners of vertrouwenspersonen. Deze mensen ondersteunen cliënten bij het aangaan van een oplossingsgericht (bemiddelings-) gesprek. Uit onze ervaring blijkt dat hierdoor veel klachten snel worden opgelost, lang voordat er een ombuds- of geschillenfunctie in beeld komt. Ook hier geldt: ‘voorkomen is beter dan genezen’. Zie als voorbeeld de klachtbemiddeling voor de gemeente Ermelo.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u natuurlijk contact met mij opnemen.

Zelfredzaam Rivierenland: een eerste evaluatie van de transities

Met dank aan Heidemarie van Drunen en Inge Laduc van het Netwerk Wmo raden

Enkele weken geleden evalueerde het Platform Zelfredzaam Rivierenland het eerste jaar van de transities in de 10 gemeenten in Rivierenland. Ik mocht samen met het Netwerk Wmo raden de aftrap van deze bijeenkomst doen.

In onze inleiding hebben we een aantal eerste evaluatiepunten benoemd:

  • Er zijn geen grote ongelukken gebeurd: de zorg gaat door!
  • Er is bereidheid bij alle partijen om te vernieuwen: zorgaanbod op maat
  • Er komt steeds meer ruimte voor burgerinitiatieven
  • Er zijn wel knelpunten vanuit het perspectief van inwoners met een zorgvraag

Welke knelpunten ervaren inwoners volgens de Wmo raden?

  • Nadruk / sturing te veel op geld, te weinig op de zorgvraag van mensen, te weinig op kwaliteit van zorg, te weinig op innovatie
  • Cliëntenrechten nog niet volledig ingevuld: Cliëntondersteuning / ombudsfunctie / vertrouwenspersoon
  • Participatie kan beter: beter luisteren, meer signalen ophalen
  • Het ‘Keukentafelgesprek’ is niet voldoende gericht op bieden ondersteuning, de inwoner moet assertief zijn om te krijgen wat hij nodig heeft…
  • Er is sprake van ’‘Vermagering’ van de thuiszorg
  • In de jeugdzorg zijn er soms geen contracten met aanbieders
  • De VG / LG en GGZ problematiek wordt niet altijd niet goed (h)erkend, wordt te ‘licht’ ingeschat
  • Bij de inkoop van hulpmiddelen is de Wmo raad soms niet betrokken en zijn geen kwaliteitscriteria opgenomen
  • De kosten voor cliënten lopen te hoog op waardoor mensen zorg mijden
  • De PGB’s zijn soms te laag
  • Er zijn te lange wachttijd voor beschermd wonen
  • Er is een koppeling tussen wonen en begeleiding: geen keuzevrijheid
  • Er is onvoldoende goede keuze informatie voor cliënten over zorgmogelijkheden / keuzes
  • Er is nog geen onderzoek gedaan naar klantervaringen

Deze gesignaleerde knelpunten zijn in het platform Zelfredzaam Rivierenland besproken. Veel wethouders herkenden de knelpunten die in de presentatie genoemd zijn niet echt. Het is volgens hen dan ook de vraag in welke mate de gesignaleerde / ervaren knelpunten voorkomen.

  • Er zijn weinig klachten, zelfs minder dan in andere jaren. De klachten die er zijn betreffen de huishoudelijke hulp. Daar ligt ook veel te veel de focus van de pers op.
  • Wel werd herkend dat de transities vooral een systeemverandering zijn en nog maar beperkt aansluiten op de leefwereld van mensen.
  • Door een van de gesprekspartners werd nog een nieuw punt op tafel gelegd, wat niet in de presentatie was genoemd: de verschuiving van jeugdpsychiatrie naar jeugdzorg. Deze jongeren worden ofwel ‘afgestoten’ door de psychiatrie, of daar niet meer naar toe verwezen. Het effect is dat de ‘gewone’ jeugdzorg zwaardere jongeren als cliënt krijgt.
  • Ook zouden wethouders inwoners graag eerder betrekken bij veranderingen, ook in een veel eerdere fase dan bij het adviseren over een toch al gereed zijnde verordening. Maar dan moet het wel anders dan met een handje vol mensen in een zaaltje. Want wat is dan de waarde van at er ingebracht wordt?

Het positieve punt dat er meer initiatieven door inwoners zijn, werd wel herkend. Daarbij wordt door de wethouders aangegeven dat het echt niet hun verwachting is dat informele netwerken alle professionele zorg gaan overnemen. De waarde van burgerinitiatieven en sociale netwerken wordt veel meer gezien in preventie en als voorwaarde voor het langer thuis blijven wonen.

Het subsidie-instrument wordt in een aantal gemeenten gebruikt om verenigingen e.d. activiteiten in het sociale domein te laten doen. Ook wordt met subsidie ingezet op meer samenwerking. De vraag van de ene vereniging of organisatie kan vaak door een andere organisatie worden beantwoord. Hierdoor zijn er al heel wat nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan en bereiken verenigingen nu ineens doelgroepen die vroeger niet bereikt werden.

Tijdens het gesprek zijn de volgende punten aan de orde gekomen, die samen een agenda voor de komende jaren kunnen vormen:

  • In het algemeen veel meer accent op de leefwereld van mensen en minder nadruk op systeemproblemen;
  • Meer aandacht voor echt kwetsbare groepen (en niet de ‘gewone’ ouderen). Denk aan GGZ doelgroepen, mensen met een verstandelijke beperking of kwetsbare jongeren. Ook meer aandacht voor overbelasting van mantelzorgers;
  • Doorgaan met verbinden van verschillende initiatieven en organisaties, ook buiten de ‘zorgpaden’, bijvoorbeeld met sport, cultuur, de kerken etc.;
  • Meer en vroeger betrekken van burgers bij (in gesprek met inwoners over) gemeentelijk beleid, maar dan wel anders dan met 7 mensen in een zaaltje. We willen meer ‘eigenaarschap’ door inwoners;
  • Veel meer nadruk op de keten, zeker bij dementie;
  • Meer nadruk op preventie, bewegen, voeding, maar ook valpreventie;
  • Ontwikkelen van ambulante 2e lijns teams met specialisten ter ondersteuning van de 1e

De platformpartners zijn inmiddels aan de slag met het opvolging geven aan de punten op deze agenda.

Cliënten betrekken bij beleid, hoe doe je dat eigenlijk?

Door Antoinette Meys en Stef Harweg

Als we kijken naar de grote transformaties in de zorg kunnen we zeggen dat de betrokkenheid van de cliënt daarbij steeds meer aandacht krijgt. Als we hierbij inzoomen op de Langdurige zorg blijkt uit een BMC rapport (Rapport dialoogmodel zorginkoop Wlz )dat er grote bereidheid bij zorgkantoren en zorgaanbieders is om cliënten een duidelijkere rol te geven in de dialoog over de zorginkoop. Doel hierbij is te komen tot een betere prijs kwaliteit verhouding en meer eigenaarschap onder cliënten bij inkoop van zorg.

Dat klinkt goed, maar wat heeft de cliënt zelf nodig om op een gelijkwaardige wijze gesprekspartner te kunnen zijn in deze dialoog tussen zorgkantoren, zorgaanbieders en cliënten?

De inzet van de methodiek ‘Denken, Delen, Doen!’ met diverse betrokkenen uit de Langdurige zorg tijdens een Zorgbelang symposium op 11 maart 2016, leidde tot enkele duidelijke antwoorden op deze vraag. Dit is wat cliënten nodig hebben:

  • Inzicht in inkoopproces en kwaliteitscyclus.
  • Input van de achterban.
  • Zicht op financiële stromen.

‘Denken, Delen , Doen’ is één van de 23 participatiemethodieken die Zorgbelang Gelderland/Utrecht inzet. Alle participatiemethodieken kenmerken zich door de inzet en participatie van cliënten.

Met ‘Denken, Delen, Doen!’ kun je een diverse groep op een gelijkwaardige manier, gestructureerd laten brainstormen. Er is sprake van een actieve deelname. Het levert in korte tijd bruikbare input én draagvlak op. Aan de hand van een gezamenlijk geformuleerde focusvraag (kernvraag) wordt op een interactieve manier naar gezamenlijke antwoorden gezocht. Die antwoorden zijn vervolgens de leidraad om te komen tot concrete afspraken.

Naast zorginkoop zijn er nog vele thema’s te bedenken waarbij de mening en ervaring van de cliënt gebruikt kan worden bij ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid op deze thema’s.

Zo voert Zorgbelang een tweejarig programma uit bij St. De Lichtenvoorde waarbij zeven beleidsthema’s belicht worden via de inzet van evenzovele participatiemethodieken.

  • Via de Zorgplantoetsing is bekeken of de cliënt eigenaar is van zijn eigen zorgplan. Middels inzien van zorgplannen en het interviewen van cliënten en verwanten is een eindrapport met aanbevelingen opgemaakt.
  • Via ’Hoor mij nou’ zijn individuele interviews gehouden met cliënten over hun woonwensen in de toekomst. Deze zijn gebundeld in een boekje en de uitkomsten zijn met verwanten en medewerkers van De Lichtenvoorde in een grotere bijeenkomst besproken.
  • Het spel ’Doe je mee’ is gespeeld om het beleid van De Lichtenvoorde betreffende seksualiteit bespreekbaar te maken. Onderdeel hiervan is dat vanuit de cliënt ervaringen en suggesties gedaan worden ter verbetering van de uitvoering van dit beleid.

Zie ook: http://www.zorgbelanggelderland.nl/ons-werk/clientenparticipatie-methodieken/

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Stef Harweg (026-384 28 21 / stefharweg@zorgbelanggelderland.nl) of Antoinette Meys (026- 384 28 52 antoinettemeys@zorgbelanggelderland.nl).