Corona… en hoe nu verder ?

Ongeveer 12 weken kwamen Nederland en de wereld tot stilstand na de massale uitbraak van het Covid-19 virus. Vanuit mijn rol als belangenbehartiger wil ik kort een aantal punten aanstippen die mij opvallen nu de rust een beetje terugkomt. Maar vooral wil ik ingaan op de vraag: ‘en hoe nu verder…’

Lock down een groot succes!
Als eerste is het natuurlijk een enorme prestatie dat in Nederland overheden en zorgorganisaties door middel van een snelle lockdown en goede spoedzorg het virus hebben kunnen indammen. Het aantal besmettingen en doden is relatief laag gebleven. Dat is niet overal ter wereld op dezelfde manier gelukt, daar mag Nederland trots op zijn.

Belangrijkste problemen
Allereerst blijft het natuurlijk enorm verdrietig dat het corona virus op dit moment meer dan 50.000 mensen heeft besmet, er bijna 12.000 ziekenhuisopnames zijn geweest en dat het virus al zo’n 6.000 levens heeft geëist in Nederland.

Daarnaast heeft de lockdown en het grotendeels stoppen van de ‘gewone’ zorg ook geleid tot een aantal problemen die gedeeltelijk nog verborgen zijn:

  • Veel ouderen en mensen met een beperking of jongeren in zorg, hebben te maken gekregen met eenzaamheid, verveling, isolement. Bijvoorbeeld vanwege een verbod op bezoek of het stoppen van dagbesteding. De gezondheidsschade bij deze kwetsbare groepen is nog niet goed in beeld. En in veel gevallen is het isolement nog niet volledig voorbij. De komende periode wordt het zoeken naar vormen van veilig contact waardoor deze groepen mensen weer uit hun isolement kunnen komen en daarmee de kwaliteit van hun leven kan verbeteren.
  • Veel ‘normale’ zorg is gestopt. Denk aan thuiszorg (omdat cliënten bang waren of omdat er onvoldoende beschermingsmiddelen waren) of de huisartsenzorg of ziekenhuiszorg voor niet dringende operaties e.d. Bijvoorbeeld omdat het risico op corona besmetting te groot werd gevonden. Deze ‘normale’’ zorg start langzamerhand weer op, maar de komende maanden zullen veel mensen nog niet meteen goed geholpen kunnen worden. Het is nog heel erg de vraag wat dit betekent voor de gezondheid van deze mensen kwaliteit van hun leven.

Ervaringen delen
Aan de andere kant is het zo dat de coronacrisis heel veel nieuwe initiatieven heeft opgeleverd van mensen die voor elkaar (op veilige afstand) heel veel hulp konden bieden. De veerkracht van heel veel mensen is enorm groot gebleken. Lees hier meer over ervaringen en initiatieven van mensen ten tijde van de eerste corona weken:

Voor veel mensen is het belangrijk ervaringen met anderen uit te wisselen. Dat kan via sociale media of via andere kanalen. Zorgbelang heeft een forum site geopend waar mensen ervaringen kunnen delen met elkaar. Kijk op www.corona-adviespunt.nl .

Participatie moet ook weer op gang komen…
Nu de reguliere zorg langzaam weer op gang komt, gaat dat moeizaam. Het is voor veel patiënten en cliënten niet duidelijk wat er wanneer weer wel kan. De informatievoorziening is versnipperd en vaak onduidelijk. Bijvoorbeeld over wat er door instellingen gedaan wordt om het risico op besmetting zo klein mogelijk te houden.

In mijn beleving is het voor veel cliëntenraden en patiëntenverenigingen moeilijk geweest hun werk te doen: hulpverleners en organisaties hadden eigenlijk geen tijd voor participatie en leren van ervaringen van patiënten en cliënten. Maar de komende tijd wordt het heel belangrijk juist ervaringen van patiënten en cliënten te gaan betrekken bij het opstarten van de zorg: wat heeft voor hen prioriteit, hoe kan de informatievoorziening beter, hoe blijven we zorgen voor optimale veiligheid, met name voor kwetsbare groepen?

Ik er voor dat juist in deze moeilijke tijd met (nog steeds) veel risico’s juist de ervaringen van patiënten en cliënten worden betrokken bij het veilig opstarten van de ‘gewone’ zorg.

 

 

 

Burgerinitiatieven versus de overheid ?

Twee handen op één buik?

De Volkskrant berichtte vorige week over de pro’s en contra’s van burgerinitiatieven in Nederland. Dit n.a.v. het proefschrift van Hiska Ubels. In dit proefschrift geeft Ubels aan dat burgerinitiatieven een mooie vorm van zelfredzaamheid van inwoners zijn, maar ook keerzijden hebben:

  • Burgerinitiatieven gaan langzaam. Het is geen ideale manier om snel iets te veranderen in je dorp, wijk of buurt…
  • Burgerinitiatieven kunnen ook tot tweespalt in lokale samenlevingen leiden: de ene groep inwoners wil wel die speeltuin of windmolen, de andere groep behoudt toch liever de parkeerplaats of haalt zijn stroom toch liever uit steenkool. 
  • De overheid is toch bijna altijd – op de een of andere manier –  betrokken. Dat ervaren sommige inwoners als een beperking. andere inwoners zien dat juist weer als een soort van ‘bescherming’ of ondersteuning.

Als Rekenkamercommissie van de gemeente ‘s-Hertogenbosch, hebben we eind vorig jaar een vergelijkbare conclusie getrokken: de gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft speciaal een regeling in het leven geroepen om burgerinitiatieven te stimuleren. Zonder deze regeling (en vele vergelijkbare regelingen van andere gemeenten en provincies) zouden er veel minder burgerinitiatieven zijn!
De provincie Gelderland organiseerde afgelopen week een grote bijeenkomst ‘Lokale democratie in beweging‘ waarin verschillende voorbeelden van burgerinitiatieven zichzelf presenteerden, vaak samen met gemeenten.

Wat zie je als de rol van de overheid?

Hoe je tegen burgerinitiatieven aankijkt, hangt af van je visie op de rol van de overheid. Vind je de overheid een hoeder van het collectief belang en de politiek de arena waarin verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen en ‘verworden’ tot een ‘doorgepolderd’ of ‘gewogen’ collectief belang, dan schrik je niet van de betrokkenheid van de overheid bij burgerinitiatieven. Ben je van mening dat de overheid een zeer beperkte rol heeft  in de samenleving en inwoners er samen maar uit moeten zien te komen, dan zul je teleurgesteld zijn in de toch nog aanwezige (grote) invloed van de overheid.

De rol van de overheid is de afgelopen eeuw sterk gegroeid. Tegelijkertijd is deze rol ook weer wat aan het afnemen: er worden ook overheidstaken ‘afgestoten’. Ook verschilt deze rol lokaal. Burgerinitiatieven groeien ook. Met name omdat de overheid zich wil terugtrekken. Het positieve van de groei van burgerinitiatieven is in elk geval dat inwoners (in groepen) opnieuw meer verantwoordelijkheid gaan nemen voor het – samen met de overheid – vormgeven van hun leefomgeving. Daarmee wordt ook het draagvlak voor veranderingen groter, want deze worden niet (alleen) meer door de overheid bepaald.

Twee verschillende werelden? Of toch één?

Bij mij roept de (vermeende?) tegenstelling tussen burgerinitiatieven en overheid een vraag op: wat is nu de overheid? De overheid is enerzijds het uitvoerend ambtelijk apparaat. Maar de overheid is ook de (lokale) politiek, het bestuur: de gekozen volksvertegenwoordiging die met elkaar in debat is en besluiten neemt over onze leefomgeving. Wij zijn samen met elkaar de overheid! De overheid en burgerinitiatieven zijn dus in mijn ogen niet twee parallelle werkelijkheden, maar twee verschillende verschijningsvormen van inwoners die met elkaar vorm geven aan de eigen leefomgeving.

Ik pleit er daarom voor om de overheid niet los te maken van burgerinitiatieven, maar burgerinitiatieven juist veel meer in verbinding te brengen met de overheid, de politiek, het bestuur. maar ook met het uitvoerend ambtelijk apparaat dat ook heel goed uitvoerder kan zijn van burgerinitiatieven, zolang deze burgerinitiatieven de regie houden en de lokale politiek vooraf heldere kaders aangeeft en aan het eind de verantwoordelijkheid houdt voor finale besluitvorming.

 

Toezichthouders: bewaak het cliëntperspectief!

Dinsdag 3 juli 2018 vond in Arnhem een bijeenkomst plaats van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg (NVTZ) over het cliëntperspectief in relatie tot de rol als toezichthouder. Aan mij de eer deze middag te mogen samenvatten.

Op deze middag zijn een 30 tal toezichthouders ‘meegenomen’ in de wereld van het cliëntenperspectief, door enkele sprekers. Het cliëntperspectief is een veelomvattend begrip en definities zijn verschillend, maar in elk geval onderscheid ik altijd een aantal kernelementen:

  • Subjectiviteit: ervaringen zijn erg persoonlijk en ook verschillend, maar ze kennen vaak wel een ‘rode draad’. Het gaat altijd om het persoonlijke, subjectieve perspectief van mensen;
  • Het leven staat centraal, niet de zorg: zorg is slechts een klein deel van het leven van mensen. Zorg stelt mensen in staat een optimaal leven te leiden en moet daartoe dan ook ondersteunend zijn. Zorg is nooit een doel op zich;
  • Communicatie en dialoog zijn het allerbelangrijkste voor cliënten, patiënten, bewoners;
  • Gelijkwaardigheid is in de interactie tussen patiënten professionals, een instelling enerzijds en cliënten, bewoners anderzijds, altijd een absolute voorwaarde: een zorgverlener is nooit de ‘meerdere’ en mag zich ook nooit zo gedragen.

Door middel van persoonlijke verhalen werd  duidelijk dat het cliëntperspectief anders is dan het perspectief van toezichthouders of dan het perspectief van bestuurders of uitvoerende zorgverleners. Ik vind het van groot belang dat toezichthouders zich hiervan erg bewust zijn.

Maar: wat moeten toezichthouders nu met al die persoonlijke ervaringen? Moeten toezichthouders zelf steeds weer op zoek naar belevingen van de zorg waarop toezicht gehouden wordt? Ik vind het inderdaad van  belang dat toezichthouders voeding houden met belevingen van mensen die zorg genieten in- of door instellingen. Elke toezichthouder kan zelf simpele manieren bedenken om af en toe met mensen in gesprek te gaan en te luisteren naar hun ervaringen. Maar ga als toezichthouder niet ten onder aan de overdaad aan ervaringen en denk na als toezichthouder na over wat u er in uw rol mee kunt.

Nog belangrijker vindt ik het namelijk dat toezichthouders er op toe zien dat de hele organisatie steeds opnieuw zorgt voor een dialoog tussen medewerkers, management en bestuur en cliënten, patiënten, familie of bewoners. De mensen die de daadwerkelijke zorg verlenen moeten zich – nog meer dan toezichthouders– bewust zijn van het (andere) perspectief van cliënten. Wanneer deze dialoog in ‘hun’ organisaties regelmatig en met diepgang wordt gevoerd, is er echt ruimte voor het cliëntperspectief en kan (daardoor) het leven en de zorg in een organisatie zich optimaal ontwikkelen. Dit is een permanent, steeds terugkerend proces omdat het leven, zorg en ervaringen, permanent veranderen.

Het ‘vertalen’ van ervaringen naar een beter leven en betere zorg gaat echter niet vanzelf. Dat kost moeite. Een ervaringsdeskundige is meer dan een mens met ervaringen: het is iemand met ervaringen die geleerd heeft deze ervaringen samen met medewerkers en een organisatie om te zetten in suggesties (voor professionals, de organisatie, het beleid) die leiden toe een grotere kwaliteit van leven en een betere zorg. Ook organisaties als Ikone en Zorgbelang, maar ook heel veel patiëntenorganisaties, kunnen daarbij ondersteunend zijn. Wij hebben allemaal ervaring met verschillende creatieve (participatie) methodieken die de dialoog tussen ervaringen en professionals en instellingen kunnen versterken: samen werken aan een beter kwaliteit van leven en betere zorg.

Tenslotte wil ik meegeven dat het cliëntenperspectief niet alleen draait om ervaringen. Het gaat ook om zaken als bescherming van de kwetsbare (rechts)positie van cliënten, patiënten, bewoners, familie e.d. Daarvoor hebben we in Nederland een aantal ondersteuningsvormen bedacht, zoals klachtenfunctionarissen (en procedures), vertrouwenspersonen, onafhankelijke cliëntondersteuners, medezeggenschapsorganen etc. Toezichthouders dienen van al deze ‘beschermingsmaatregelen’ op de hoogte te zijn en er op toe te zien dat deze zaken goed in ‘hun’ organisatie worden ingevuld. Toezichthouders moeten in elk geval een oordeel hebben, over wat zij ‘goed’ vinden op dit terrein. Dit in samenhang met de op deze middag uitgebreid besproken ervaringen van mensen die zorg nodig hebben.

Ik denk dat deze middag genoeg stof tot overdenking m.b.t. het cliëntenperspectief heeft opgeleverd. Ik hoop dat de aanwezige toezichthouders op grond van deze kennis en beleving een goede discussie met hun gehele raad van toezicht kunnen voeren over de invulling van het cliëntperspectief in hun organisaties. Uiteraard ben ik (is Zorgbelang) graag bereid hierbij verder te ondersteunen.


Zorgbelang ondersteunt patiënten, cliënten, bewoners, inwoners in de dialoog met instellingen, overheden etc. met het verbeteren van de kwaliteit van leven en zorg. Wij hebben ervaring met vele creatieve participatiemethodieken om deze dialoog te ondersteunen.
Daarnaast ondersteunt Zorgbelang individuele cliënten met vertrouwenswerk, onafhankelijke cliëntondersteuning, klachtenfunctionarissen e.d.

Zie voor meer informatie:
www.zorgbelanggelderland.nl
www.adviespuntzorgbelang.nl

Zelfredzaam Rivierenland: een eerste evaluatie van de transities

Met dank aan Heidemarie van Drunen en Inge Laduc van het Netwerk Wmo raden

Enkele weken geleden evalueerde het Platform Zelfredzaam Rivierenland het eerste jaar van de transities in de 10 gemeenten in Rivierenland. Ik mocht samen met het Netwerk Wmo raden de aftrap van deze bijeenkomst doen.

In onze inleiding hebben we een aantal eerste evaluatiepunten benoemd:

  • Er zijn geen grote ongelukken gebeurd: de zorg gaat door!
  • Er is bereidheid bij alle partijen om te vernieuwen: zorgaanbod op maat
  • Er komt steeds meer ruimte voor burgerinitiatieven
  • Er zijn wel knelpunten vanuit het perspectief van inwoners met een zorgvraag

Welke knelpunten ervaren inwoners volgens de Wmo raden?

  • Nadruk / sturing te veel op geld, te weinig op de zorgvraag van mensen, te weinig op kwaliteit van zorg, te weinig op innovatie
  • Cliëntenrechten nog niet volledig ingevuld: Cliëntondersteuning / ombudsfunctie / vertrouwenspersoon
  • Participatie kan beter: beter luisteren, meer signalen ophalen
  • Het ‘Keukentafelgesprek’ is niet voldoende gericht op bieden ondersteuning, de inwoner moet assertief zijn om te krijgen wat hij nodig heeft…
  • Er is sprake van ’‘Vermagering’ van de thuiszorg
  • In de jeugdzorg zijn er soms geen contracten met aanbieders
  • De VG / LG en GGZ problematiek wordt niet altijd niet goed (h)erkend, wordt te ‘licht’ ingeschat
  • Bij de inkoop van hulpmiddelen is de Wmo raad soms niet betrokken en zijn geen kwaliteitscriteria opgenomen
  • De kosten voor cliënten lopen te hoog op waardoor mensen zorg mijden
  • De PGB’s zijn soms te laag
  • Er zijn te lange wachttijd voor beschermd wonen
  • Er is een koppeling tussen wonen en begeleiding: geen keuzevrijheid
  • Er is onvoldoende goede keuze informatie voor cliënten over zorgmogelijkheden / keuzes
  • Er is nog geen onderzoek gedaan naar klantervaringen

Deze gesignaleerde knelpunten zijn in het platform Zelfredzaam Rivierenland besproken. Veel wethouders herkenden de knelpunten die in de presentatie genoemd zijn niet echt. Het is volgens hen dan ook de vraag in welke mate de gesignaleerde / ervaren knelpunten voorkomen.

  • Er zijn weinig klachten, zelfs minder dan in andere jaren. De klachten die er zijn betreffen de huishoudelijke hulp. Daar ligt ook veel te veel de focus van de pers op.
  • Wel werd herkend dat de transities vooral een systeemverandering zijn en nog maar beperkt aansluiten op de leefwereld van mensen.
  • Door een van de gesprekspartners werd nog een nieuw punt op tafel gelegd, wat niet in de presentatie was genoemd: de verschuiving van jeugdpsychiatrie naar jeugdzorg. Deze jongeren worden ofwel ‘afgestoten’ door de psychiatrie, of daar niet meer naar toe verwezen. Het effect is dat de ‘gewone’ jeugdzorg zwaardere jongeren als cliënt krijgt.
  • Ook zouden wethouders inwoners graag eerder betrekken bij veranderingen, ook in een veel eerdere fase dan bij het adviseren over een toch al gereed zijnde verordening. Maar dan moet het wel anders dan met een handje vol mensen in een zaaltje. Want wat is dan de waarde van at er ingebracht wordt?

Het positieve punt dat er meer initiatieven door inwoners zijn, werd wel herkend. Daarbij wordt door de wethouders aangegeven dat het echt niet hun verwachting is dat informele netwerken alle professionele zorg gaan overnemen. De waarde van burgerinitiatieven en sociale netwerken wordt veel meer gezien in preventie en als voorwaarde voor het langer thuis blijven wonen.

Het subsidie-instrument wordt in een aantal gemeenten gebruikt om verenigingen e.d. activiteiten in het sociale domein te laten doen. Ook wordt met subsidie ingezet op meer samenwerking. De vraag van de ene vereniging of organisatie kan vaak door een andere organisatie worden beantwoord. Hierdoor zijn er al heel wat nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan en bereiken verenigingen nu ineens doelgroepen die vroeger niet bereikt werden.

Tijdens het gesprek zijn de volgende punten aan de orde gekomen, die samen een agenda voor de komende jaren kunnen vormen:

  • In het algemeen veel meer accent op de leefwereld van mensen en minder nadruk op systeemproblemen;
  • Meer aandacht voor echt kwetsbare groepen (en niet de ‘gewone’ ouderen). Denk aan GGZ doelgroepen, mensen met een verstandelijke beperking of kwetsbare jongeren. Ook meer aandacht voor overbelasting van mantelzorgers;
  • Doorgaan met verbinden van verschillende initiatieven en organisaties, ook buiten de ‘zorgpaden’, bijvoorbeeld met sport, cultuur, de kerken etc.;
  • Meer en vroeger betrekken van burgers bij (in gesprek met inwoners over) gemeentelijk beleid, maar dan wel anders dan met 7 mensen in een zaaltje. We willen meer ‘eigenaarschap’ door inwoners;
  • Veel meer nadruk op de keten, zeker bij dementie;
  • Meer nadruk op preventie, bewegen, voeding, maar ook valpreventie;
  • Ontwikkelen van ambulante 2e lijns teams met specialisten ter ondersteuning van de 1e

De platformpartners zijn inmiddels aan de slag met het opvolging geven aan de punten op deze agenda.

Cliënten betrekken bij beleid, hoe doe je dat eigenlijk?

Door Antoinette Meys en Stef Harweg

Als we kijken naar de grote transformaties in de zorg kunnen we zeggen dat de betrokkenheid van de cliënt daarbij steeds meer aandacht krijgt. Als we hierbij inzoomen op de Langdurige zorg blijkt uit een BMC rapport (Rapport dialoogmodel zorginkoop Wlz )dat er grote bereidheid bij zorgkantoren en zorgaanbieders is om cliënten een duidelijkere rol te geven in de dialoog over de zorginkoop. Doel hierbij is te komen tot een betere prijs kwaliteit verhouding en meer eigenaarschap onder cliënten bij inkoop van zorg.

Dat klinkt goed, maar wat heeft de cliënt zelf nodig om op een gelijkwaardige wijze gesprekspartner te kunnen zijn in deze dialoog tussen zorgkantoren, zorgaanbieders en cliënten?

De inzet van de methodiek ‘Denken, Delen, Doen!’ met diverse betrokkenen uit de Langdurige zorg tijdens een Zorgbelang symposium op 11 maart 2016, leidde tot enkele duidelijke antwoorden op deze vraag. Dit is wat cliënten nodig hebben:

  • Inzicht in inkoopproces en kwaliteitscyclus.
  • Input van de achterban.
  • Zicht op financiële stromen.

‘Denken, Delen , Doen’ is één van de 23 participatiemethodieken die Zorgbelang Gelderland/Utrecht inzet. Alle participatiemethodieken kenmerken zich door de inzet en participatie van cliënten.

Met ‘Denken, Delen, Doen!’ kun je een diverse groep op een gelijkwaardige manier, gestructureerd laten brainstormen. Er is sprake van een actieve deelname. Het levert in korte tijd bruikbare input én draagvlak op. Aan de hand van een gezamenlijk geformuleerde focusvraag (kernvraag) wordt op een interactieve manier naar gezamenlijke antwoorden gezocht. Die antwoorden zijn vervolgens de leidraad om te komen tot concrete afspraken.

Naast zorginkoop zijn er nog vele thema’s te bedenken waarbij de mening en ervaring van de cliënt gebruikt kan worden bij ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid op deze thema’s.

Zo voert Zorgbelang een tweejarig programma uit bij St. De Lichtenvoorde waarbij zeven beleidsthema’s belicht worden via de inzet van evenzovele participatiemethodieken.

  • Via de Zorgplantoetsing is bekeken of de cliënt eigenaar is van zijn eigen zorgplan. Middels inzien van zorgplannen en het interviewen van cliënten en verwanten is een eindrapport met aanbevelingen opgemaakt.
  • Via ’Hoor mij nou’ zijn individuele interviews gehouden met cliënten over hun woonwensen in de toekomst. Deze zijn gebundeld in een boekje en de uitkomsten zijn met verwanten en medewerkers van De Lichtenvoorde in een grotere bijeenkomst besproken.
  • Het spel ’Doe je mee’ is gespeeld om het beleid van De Lichtenvoorde betreffende seksualiteit bespreekbaar te maken. Onderdeel hiervan is dat vanuit de cliënt ervaringen en suggesties gedaan worden ter verbetering van de uitvoering van dit beleid.

Zie ook: http://www.zorgbelanggelderland.nl/ons-werk/clientenparticipatie-methodieken/

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Stef Harweg (026-384 28 21 / stefharweg@zorgbelanggelderland.nl) of Antoinette Meys (026- 384 28 52 antoinettemeys@zorgbelanggelderland.nl).

 

2016 als keerpunt? Meer invloed van mensen op hun zorg?

2015 als chaotisch transitiejaar?

2015 was het jaar waarin de decentralisaties formeel van start zijn gegaan: de Jeugdwet, de Participatiewet en de nieuwe Wmo zijn van start gegaan. De decentralisaties hebben tot doel mensen lokaal meer invloed te geven op de inrichting van de zorg voor anderen en elkaar. Dat gaat via de gemeente(raad) en moet leiden tot een grotere zelfredzaamheid van mensen en een grotere vrijwillige inzet voor elkaar. Maar de decentralisatie zijn daarnaast in belangrijke mate ook een bezuiniging die in hevigheid gaat toenemen de komende jaren.

De voorbereiding van 2015 kwam pas halverwege 2014 echt goed op gang. Veel gemeenten weten op dit moment (december 2015) nog steeds niet hoeveel mensen er door wie tegen welke kosten worden geholpen. Iedereen spreekt van een eerste transitiejaar dat nog veel knelpunten kent. Landelijk ook: u weet wel van die PGB betaling die nog steeds niet goed werkt en veel duurder is geworden. Ook weten we nog niet echt wat de gevolgen voor mensen zijn. De verschillen tussen gemeenten nemen toe, de eigen bijdragen nemen toe, een aantal mensen krijgt daarom geen (passende of gewenste) zorg meer. Zorg in het sociale domein is ook geen recht meer, maar een gemeente kan ‘compenseren’. De zin ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’ heb ik het afgelopen jaar in vele varianten uit de mond van heel wat wethouders en ambtenaren gehoord.

Ook als het gaat om verzekerde zorg, maken we als samenleving steeds grotere veranderingen mee. Het is al lang niet meer vanzelfsprekend dat de zorg die ik nodig heb, (overal) vergoedt wordt: ik moet dat steeds nagaan in mijn polisvoorwaarden. Kan ik naar de fysiotherapeut? Wat kost dat, krijg ik dat (gedeeltelijk) vergoed? In welk ziekenhuis wordt de voor mij noodzakelijke operatie vergoedt? Heb ik de juiste polis afgesloten….? Ik ben nog niemand tegengekomen die hier niet over moppert. Ik vraag mij af, of dit de manier is om de kosten voor de zorg onder controle te krijgen? Voor mij is het nauwelijks meer te begrijpen.

De mens centraal?

En dan sta ik als patiënt of cliënt of burger (mens?) nog wel centraal…!? Hoezo dan? wat kan ik er aan doen? Heb ik inspraakmogelijkheden gehad bij de zorg-verordeningen die in mijn gemeente zijn vastgesteld? Ben ik betrokken geweest bij de inrichting van de nieuwe zorg voor mijn kinderen? Is er een sociale raad waar ik invloed kan uitoefenen? Hoe ben ik betrokken bij de cliëntenraad van mijn instelling? En wie bepaalt de agenda van deze participatieorganen? Wie ondersteunt hen?
Kan ik eigenlijk wel kiezen uit zorgverzekeringen? Ik kan bijvoorbeeld na een goede analyse nauwelijks de verschillen ontdekken… Het echte verschil is de vraag of ik veel of weinig eigen risico wil nemen. Dus gezonde mensen met veel geld zijn goedkoper uit want die kunnen financieel grotere risico’s lopen.

Meer invloed in 2016?

Ik denk dat de veranderingen in de zorg, ook in 2015 te veel buiten mensen om zijn gegaan. Mijn beleving is dat we in 2016 op een keerpunt komen als het gaat om draagvlak voor alle veranderingen in de zorg. Het is mijn wens voor 2016 dat wij als ‘gewone’ mensen weer greep krijgen op onze zorg:

  • Inzicht in het effect van zorg: wat bereiken we, bij welke cliënten / patiënten? Wat gaat er goed en waar gaat het fout? Wat betekent dit voor mensen. Wat moet er echt beter? En hoe dan?
  • Inzicht in de kosten van de zorg: wat kost wat en wat kunnen we er samen aan doen om de zorg betaalbaar te houden?
  • Eigenaarschap van zorg door mensen zelf: hoe zorgen we dat mensen meer eigenaar gaan worden van de zorg die zij voor zichzelf of voor anderen nodig hebben? En betrokken worden bij de inhoudelijke en financiële keuzes die gemaakt moeten worden om als samenleving de zorg goed en betaalbaar te houden.

Mijn persoonlijke agenda voor 2016

Ik zal dan ook het komende jaar mijzelf inzetten om te zorgen dat mensen meer invloed op hun eigen zorg kunnen uitoefenen. Mijn persoonlijke agenda voor 2016:

  • Werken aan de implementatie van de Wkkgz, waardoor klachtenprocedures en geschillen in 2016 en 2017 opnieuw worden ingericht;
  • Verdere inrichting van de onafhankelijke cliëntondersteuning in de langdurige zorg, het sociaal domein en het vertrouwenswerk in de jeugdzorg
  • Werken aan de participatie van verzekerden in het kader van de nieuwe zorgwet en de recente Motie Bouwmeester Dik-Faber;
  • Werken aan participatie in gemeenten rondom het sociaal domein: eindelijk gaan doen wat we in wetgeving over participatie hebben afgesproken!

Ik wens iedereen een heel mooi en zorgzaam 2016!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vitale verbindingen: mensen helpen elkaar!

Jellie Kiefte – Eric Verkaar

“Vitale Verbindingen is een burgerinitiatief van mensen die uit ervaring weten wat veerkracht is en vanuit hun eigen ervaring andere mensen willen helpen deze kracht te vinden,” aldus de website. Dit is een project van Zorgbelang Gelderland. Jellie Kiefte ging op zoek naar wat er gebeurt in dit project.  Jellie sprak met Gerben Koekkoek. Hij begeleidt mensen die bij Housing First van het Begeleid Wonen (RIBW) terecht zijn gekomen: doorgaans zijn dit ‘zorgmijders’ die lang op straat hebben geleefd en voor geen cent vertrouwen hebben in de reguliere hulpverlening. RIBW Arnhem Veluwe Vallei huist, evenals Vitale Verbindingen, in wijkcentrum De Nieuwe Hommel. Gerben: “Zonder Vitale Verbindingen valt voor mijn cliënten de band met het wijkcentrum weg, ondanks alle faciliteiten die het centrum biedt. Veel vragen vanuit de wijk worden aan Vitale Verbindingen voorgelegd: wat kunnen jullie eventueel doen? En ze komen altijd met goede ideeën.” De wijk, daar hebben ze wat mee. Komt het RIBW niet achter de voordeur van een wijkbewoner? Met hulp van een vrijwilliger van Vitale Verbindingen lukt het wel. Ze geven computerles, taalles, allerlei trainingen op het gebied van zelfontplooiing en zelfredzaamheid, ze koken en knutselen en fotograferen… En ze willen eigenlijk niet praten over hun beperkingen en kwetsbaarheid, anders dan hoe je daar mee om kunt gaan en hoe je van je beperkingen je kracht kunt maken.

Toen Jellie met de Vitale Verbinders sprak was het juni, waren ze relaxed en vol plannen voor de Zomerschool. De Zomerschool is een initiatief voor en door Vitale Verbindingen en de wijkbewoners: met een soeplunch en een interessant aanbod aan workshops om op een leuke manier vol ontmoetingen de vakantietijd door te komen. Nu is het herfst en sommigen hebben het wat moeilijker bij Vitale Verbindingen en meer tijd voor zichzelf nodig. Maar ze blijven plannen maken en initiatieven ontwikkelen om zichzelf én de Arnhemse wijken nog mooier en leefbaarder te maken. En vooral: ze vangen elkaar op en daardoor blijft de terugval beperkt.

Er zijn inmiddels veel initiatieven zoals Vitale Verbindingen in den lande. Maar vaak wordt daar het beleid toch van bovenaf bepaald, door een bestuur of door begeleidende professionals. Wat Vitale Verbindingen uniek maakt is dat het echt voor en door mensen zelf wordt uitgevoerd. Wel is de procesbegeleiding van mede-initiatiefnemer, wijkbewoner en ggz-professional Marjet Zeegers onontbeerlijk. Maar zij is één van hen. Gemeente Arnhem heeft op haar website het nieuwe beleid voor zorg en welzijn ‘Naar een veerkrachtige samenleving’, genoemd. Ze mogen zich daar in het gemeentehuis in hun handjes knijpen met Vitale Verbindingen.  Dat is pas echt, in het klein, een samenleving vol veerkracht: de mensen van Vitale Verbindingen veren iedere keer weer op, hoe diep het ook gaat. En ze zijn er voor hun wijk.

Op 13 november organiseert Vitale Verbindingen een symposium waar Zorgbelang Gelderland/Utrecht een rapport over dit project presenteert. Vitale Verbinders hebben eraan meegewerkt o.a. door de vormgeving en fotografie voor hun rekening te nemen, een hele klus maar heel goed gelukt!

Kom dus volgende week naar dit symposium over vitale verbindingen en leer wat mensen voor elkaar kunnen betekenen!

‘Eigenaarschap’ in de (verpleeghuis) zorg?

Afgelopen week kon ik een concept beleidsnotitie over de kwaliteit van verpleeghuizen inzien. Een notitie in het kader van de taskforce ‘waardigheid en trots’. Ik kan hier niet ingaan op de inhoud van deze notitie, maar ik was onder de indruk van de  zorgvuldigheid en compleetheid waarmee nagedacht wordt over deze problematiek. de notitie riep echter een vraag bij mij op, die ik graag met een aantal cliënten en familieleden uit de verpleeghuiszorg zou willen uitwerken.

Mijn vraag is of cliënten en familie ‘consument’ van verpleeghuiszorg willen (en kunnen) zijn, of ‘eigenaar’ / (mede) bestuurder?

In de rol van zorgconsument ‘eisen’ wij als cliënt of familielid dat de instelling en de daar werkzame professionals goede kwaliteit van zorg leveren. Daaraan willen we door middel van een cliëntenraad of andere participatievormen (een spiegelgesprek, een enquête of een mystery-guest bezoek bijvoorbeeld) wel een bijdrage leveren. Maar het vormgeven en besturen van de zorg, laten we graag aan anderen / professionele bestuurders over.

In de zorg voor verstandelijk gehandicapten, maar ook in de GGZ zijn ervaringen met ‘zogeheten ‘ouderinitiatieven’ of cliëntinitiatieven. Cliënten of familieleden voeren dan zelf het bestuur van een instelling en nemen bijvoorbeeld zelf professionals aan. In de zorg voor ouderen die thuis willen blijven wonen of in gezamenlijke woonvormen, is de laatste jaren voorzichtig sprake van enkele zorgcoöperaties. Dit zijn allemaal verkenningen van vormen van ‘eigenaarschap’ in de zorg.

Mijn vraag is of deze vorm van ‘eigenaarschap’ van zorg ook in de verpleeghuiszorg mogelijk is? En of daar behoefte aan is? Of zijn verpleeghuiscliënten en hun familie te ‘kwetsbaar’ om zelf deze zorg te organiseren? Mijn idee is, dat dit mogelijk zou moeten zijn en dat dit ook nieuwe vormen van kwaliteit van zorg gaat opleveren. De eerder genoemde ouder- en cliënteninitiatieven hebben vaak impulsen gegeven voor andere zorg en een andere definitie van kwaliteit van zorg.

Wie goede voorbeelden kent van nieuwe vormen van ‘eigenaarschap’ in verpleeghuiszorg of hier verder als initiatiefnemer bij betrokken is, wil ik vragen mij een mailtje (ericverkaar@zorgbelanggelderland.nl) te sturen. Ik ga kijken of ik deze ervaringen kan bundelen en er lering uit kan trekken.

JUL
2015
03

Oud en versleten?

Joke Stoffelen en Eric Verkaar

Ouderen halen regelmatig de voorpagina’s van de kranten. Aan de ene kant lijkt het alsof ouderen potverteerders zijn: goed in de ‘slappe was’; vermaken zich met dagtochtjes en drinken een beetje te veel. Aan de andere kant schreeuwen de krantenkoppen over onveiligheid, eenzaamheid en te lang worden doorbehandeld in het ziekenhuis.

De werkelijkheid is natuurlijk veel genuanceerder. Het Nationaal Ouderenfonds geeft de feiten en cijfers weer. Meer dan 17 procent van de bevolking is 65+; het gaat om zo’n 2 miljoen huishoudens en deze groep wordt steeds groter. Er zijn problemen met eenzaamheid (200.000 ouderen zijn extreem eenzaam); gevoelens van onveiligheid en overbelastte mantelzorgers. Anderzijds zijn er veel vitale actieve ouderen.
Wij pleiten voor een veel positievere kijk op ouder worden!

Ouderen zijn probleemgevallen…

Ondanks de feiten en cijfers is de publieke opinie duidelijk in haar mening over ouderen. Helaas een weinig positief beeld. De items zijn in 2015: voltooid leven, te weinig zorg thuis, eenzaamheid. “In het publieke debat wordt voltooid leven gezien als een voldongen feit, waar we een regeling voor moeten treffen. Of ze zeuren te veel en kosten een hoop; of ze kampen met ‘vervelende’ problemen als eenzaamheid en depressiviteit. Het klinkt allemaal niet hip, energiek en enthousiast.

…of juist niet…?

Het is even zoeken maar je vind gelukkig ook positieve berichten over ouderen: de ‘zilveren economie’, ‘active ageing’ en ‘sociaal kapitaal’. Daarbij is er aandacht voor de waarde van ouderen in de samenleving. Veel ouderen zijn actief in politieke- of vrijwilligersorganisaties, en of als mantelzorger. Ook hebben veel ouderen de zorg voor de kleinkinderen. En ouderen beschikken natuurlijk over veel levenservaring die heel bruikbaar is. Daarnaast is het natuurlijk voor veel mensen gewoon  fijn om in relatieve gezondheid ouder te worden.

Als het over ouderen gaat, pleiten wij voor een drietal aandachtspunten:

1) Positieve aandacht

Meer aandacht voor de positieve aspecten van ouderen en de bijzondere waarde van ouderen voor onze samenleving, is nodig. Hierin zouden de ouderen zelf het voortouw moeten nemen en hun plek ‘terug’ veroveren in de samenleving. Een mooi voorbeeld is het Doelgroep panel van het Netwerk 100 in de regio Nijmegen. Zij beslissen welke onderzoeksprojecten wel of niet uitgevoerd worden.

2) Aandacht voor ‘bijzondere’ ouderen

Ouderen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek krijgen vaak niet de zorg en ondersteuning die nodig is. Professionals werken op eilandjes en zouden veel meer moeten samenwerken en leren van elkaar. Ouderenorganisaties  zouden kunnen samenwerken met andere belangenorganisaties omdat het gaat over bijzondere ouderen die op vele fronten tussen ‘wal en schip’ vallen.

3) Samen met andere generaties

We kunnen leren van projecten bij onze Oosterburen waarin ‘Mehrgenerationenhäuser’ met overheidssteun verschillende problemen oplossen: kinderopvang, ouderenzorg en eenzaamheidsproblematiek. Zorgbelang Gelderland heeft met het project ‘Participatie tussen generaties’ gewerkt aan verbinding tussen generaties waardoor zij met elkaar in contact komen en een positief beeld over elkaar kunnen ontwikkelen.

Om kort te zijn: er liggen nog tal van ‘uitdagingen’ voor ouderen en hun organisaties om het soms negatieve beeld om te vormen tot een positief beeld. Dat is ook nodig. We kunnen het ons als samenleving niet veroorloven om een groot deel van de bevolking weg te zetten als ‘zeurders’, ‘potverteerders’ of ‘euthanasie-rijp’. Laten we samen aan de slag gaan!

MEI
2015
26

Iedereen aan het werk?!!!

Jennifer van Leur, Eric Verkaar 

De participatiewet is vanaf januari een feit. In de kern komt deze nieuwe wet er op neer dat sociale werkplaatsen gaan sluiten omdat die te duur zijn en mensen ‘apart’ zetten. Om er dan toch voor te zorgen dat mensen met een beperking  aan het werk komen, is het de bedoeling dat werkgevers deze mensen ‘zo maar’ een baan gaan aanbieden. Als het niet vanzelf gaat, komt er een verplicht ‘quotum’ zoals in Duitsland.

De vraag die wij graag willen stellen: hebt u al werkgevers in de rij zien staan die mensen met een beperking ‘als vanzelfsprekend’ een baan gaan aanbieden omdat dat in de wet staat? Gelukkig kennen we wel een paar van deze voorbeeldige werkgevers, maar een rij kunnen we er niet van maken. Maar wat moet er dan gebeuren?

Om te beginnen kunnen werkgevers kennis opdoen bij mensen met een beperking (en hun organisaties) oer de  vraag: wat is er nodig om met een beperking aan de slag te kunnen gaan? Vaak is dat niet zo heel veel en gaat het om eenvoudige aanpassingen. Maar het begint vooral bij de vraag: wat wil iemand? Waar droomt hij of zij van en wat kan en wil iemand graag leren? Uitgaan van individuele mogelijkheden is daarbij het devies. En daarbij hoeven de beperkingen van iemand helemaal niet uit het oog verloren te worden: ga daar reel mee om. Wij pleiten voor een individuele benadering op maat, waarbij ook gekeken wordt naar het creëren van werk, passend bij iemand mogelijkheden en wensen. En als die baan dan niet 100 procent loonwaardig is, dan zijn daar gelukkig goede regelingen voor om een werkgever te compenseren.

Ligt het nu alleen aan werkgevers die bang en onwetend zijn, dat maar weinig mensen met een beperking aan werk komen?  Nee, ook aan de zijde van mensen met een beperking als potentiële werknemers, liggen angsten en een gebrek aan kennis. Kan ik dat wel? Ben ik de ander niet tot last? En hoe past werk in mijn leefritme, kost het me niet te veel energie?  Dat zijn allemaal vragen waar je als (toekomstig) werknemer en werkgever een antwoord op moet zoeken, op maat.

Maar maatwerk kost tijd en dus geld. Is het dat wel waard? Wij denken van wel: betaalde arbeid geeft waarde aan je inzet, aan je kwaliteiten. Maar niet alleen voor jezelf: ook voor een werkgever, voor je collega’s en voor de samenleving als geheel. Eerlijk verdiend loon, hoe beperkt misschien ook, is altijd waardevoller voor iedereen, dan een inkomen waar je niets voor hebt mogen doen. Wij kiezen hier bewust voor het woord mogen, omdat het de verantwoordelijkheid van ons allen als werkgevers, collega’s, buren en vrienden is, om mensen met een beperking aan een betaalde baan te helpen. Leveren we daar geen inspanning voor, dan kun je daar van vinden, dat we de ander geen kans willen bieden om een eigen inkomen te mogen verdienen.

Kortom: iedereen aan het werk krijgen vraagt inspanningen op maat van ons allemaal! Wie begint?